Vervolg ‘Ik kom naar je toe’

Vorige week woensdag heeft de vervolgbijeenkomst op ‘Ik kom naar je toe‘ in Zwolle plaatsgevonden. De eerste bijeenkomst heeft geleid tot een zogenaamde bewegingsinstructie om onderwijs en jeugdzorg beter met elkaar te verbinden. Tijdens deze tweede bijeenkomst pitchten acht organisaties hun ervaringen, voorbeelden en vraagstukken, waarbij ze hulp aan de aanwezigen vroegen. De centrale boodschap van de bijeenkomst was het leggen van verbinding, van relaties op de diverse niveaus.

 

Bewegingsconstructie

Door de organisatoren van de bijeenkomst en de deelnemers zijn de volgende vijf bewegingen uiteengezet, die ingezet kunnen worden ten behoeve van de jongere met complexe problematiek.

  1. De jongere(en zijn ouders) erbij blijven betrekken en dit vasthouden.
  2. Een centraal informatiepunt voor de regio. Een centraal persoon en een centraal nummer. Zorg voor herkenbare routes in de vorm van sturing op informatie, verwijzing, diagnostiek, bereikbaarheid etc.
  3. De eenvoud van de taal (A4-tje), actiegericht met eigenheid. Het gaat om leesbare taal die voor alle betrokkenen eenduidig is en geen misverstand geeft over wie wat doet.
  4. Waar zit de ruimte in plaats van je te fixeren op de knelpunten. Wat niet werkt, is vaak bekend, zoek naar de mogelijkheden en openingen. Betrek daar mensen bij met originele gedachten of invalshoeken. Formuleer een gemeenschappelijk perspectief: Waarom doen we dit?
  5. Denk ‘out of the box’. Denk niet in bestaande regels en oplossingen. Realiseer maatwerk en doe het vooral samen.

 

Meer informatie

 

Vernieuwde Monitor Aansluiting Onderwijs Jeugdhulp live

De verbinding onderwijs–jeugd, een samenwerking tussen het Nederlands Jeugdinstituut, de PO-Raad, VO-raad, en de VNG lanceert vandaag de vernieuwde Monitor Aansluiting Onderwijs Jeugdhulp (AOJ). Het instrument biedt gecombineerde cijfers over onderwijs en jeugdhulp en de regionale samenwerking op dit gebied. De samenwerking voor wat kinderen, jongeren en hun ouders nodig hebben is het vertrekpunt.

 

Vernieuwde Monitor AOJ

De vernieuwde Monitor AOJ geeft samenwerkingsverbanden en gemeenten meer inzicht in de opbrengsten van de samenwerking in de regio. In de monitor vinden zij cijfers die helpen bij het voeren van preventief jeugdbeleid bij de aansluiting van onderwijs en jeugdhulp in de praktijk. Zo ziet de gebruiker bijvoorbeeld in één oogopslag hoe in de regio de jeugd-populatie eruitziet en hoe zij opgroeit, hoe het onderwijsaanbod van invloed is op de kosten van het leerlingenvervoer, hoeveel jeugd gebruik maakt van jeugdhulp én onderwijsondersteuning en de risicofactoren voor potentieel jeugdhulpgebruik.

Nieuw in de Monitor AOJ is de integrale en vraaggestuurde opzet van de cijfers over onderwijs en jeugdhulp, de toelichting op de cijfers en wat een regio ermee kan. Dit resulteert in openbare rapportages per thema, waarin gegevens worden gecombineerd, die van belang zijn voor preventief jeugdbeleid en input zijn om de verbinding van het onderwijs en de jeugdhulp in de praktijk te realiseren. Het instrument is bedoeld om het gesprek in de regio daarover te voeden. Zoals bijvoorbeeld het gesprek tussen samenwerkingsverbanden en gemeenten in het op overeenstemmingsgericht overleg (OOGO).

De grafieken, tabellen en rapportages met onderwijs-jeugdcijfers zijn via de monitor voor iedereen laagdrempelig via een webapplicatie beschikbaar. Het instrument biedt benchmarks op het niveau van de gemeente, de samenwerkingsverbandregio, en het landelijk gemiddelde. De Monitor AOJ wisselt gegevens uit met het Dashboard Passend Onderwijs van de VO-raad en de PO-Raad en Waarstaatjegemeente.nl van de VNG.

 

Verbinding, visie en samenwerking zijn de bouwstenen

De Monitor AOJ versterkt in de regio de sturing op de verbinding onderwijs-jeugdhulp middels cijfers voor een feitelijke weergave van de huidige en de toekomstige situatie in de regio. Het is hierbij een vereiste dat de partners (schoolbesturen, jeugdhulp en gemeente) die elkaar in de samenwerking gevonden hebben, gezamenlijk een visie hebben. De monitor AOJ helpt om de visie en doelen op de aansluiting onderwijs en zorg te volgen en te monitoren. Zo kunnen de bestuurders, beleidsmakers én professionals volgen of de inspanningen tot de gestelde doelen leiden. Het instrument ondersteunt daarmee de doelen van de landelijke Coalitie Onderwijs-Zorg-Jeugd en sluit aan op het adviesrapport van kwartiermaker René Peeters ‘Mét andere ogen’.

Lieke Salomé, projectleider van de Monitor AOJ namens het Nederlands Jeugdinstituut: ‘De samenwerking en de verbinding van de twee domeinen is nog volop in ontwikkeling. De vertaling van mooie doelen naar de praktijk is weerbarstig. De ene regio is wat verder dan de andere. En door functiewisselingen moeten regio’s vaak ook weer een stap terug zetten. Met de Monitor AOJ willen we samenwerkingsverbanden en gemeenten helpen op een duurzame en effectieve manier samen te werken. Het instrument biedt cijfermatig inzicht voor sturing en verantwoording. De begeleiding van het proces om echt de verbinding te maken en te werken vanuit een gemeenschappelijk kader, blijft voorlopig wel noodzakelijk.’

Naar de Monitor AOJ

’t Baken, school en schoolarts werken samen tegen schoolverzuim

Het aantal leerlingen dat te vroeg de school verlaat is in de regio Stedendriehoek in 2017-2018 gestegen ten opzichte van het schooljaar daarvoor. Bijvoorbeeld doordat meer jongeren kozen voor een baan en daarom hun opleiding niet afmaakten. Het terugdringen van voortijdig schoolverlaten staat in de regio hoog op de agenda. De gemeente Lochem zet daarom in op versterken van samenwerking met basis- en voortgezet onderwijs en in het bijzonder binnen ’t Baken en met de schoolarts.

We zien dat de leerplichtambtenaren in de gemeente Lochem betrokken zijn bij 4% van alle kinderen van 5 tot 18 jaar. Dat kunnen eenvoudige vragen van ouders of scholen zijn, maar ook complexe situaties. Het aantal verzuimende jongeren in de gemeente is ten opzichte van het vorig schooljaar ongeveer gelijk gebleven en ligt op 161 meldingen. Bij ongeveer een kwart daarvan gaat het om herhaald verzuim. Bij verzuimmeldingen die bij de leerplichtambtenaren terechtkomen gaat het vaak om complexe situaties. Dit is een trend die al langer bekend is.
 

Samenwerking codewoord

Wethouder Henk van Zeijts: “De kracht van een goede verzuimaanpak zit ‘m in de samenwerking. Die kan de angel echt uit problemen halen. Vandaar dat de leerplichtambtenaren ook een belangrijke rol hebben in ’t Baken. Zo krijgen we een leerling goed in beeld, niet alleen in de schoolsituatie, maar ook in de gezinssituatie.” Daarnaast werken de Lochemse leerplichtambtenaren nauw samen met de schoolarts en het Staring College in het tegengaan van schoolverzuim. Schoolverzuim kan een dieper liggende oorzaak hebben. Een kind kan bijvoorbeeld zonder dat het bekend is vanwege mantelzorg regelmatig uren verzuimen op school. Of veel buikpijn hebben vanwege een moeilijke thuissituatie. Belangrijk is om het probleem achter het probleem te vinden, zodat een kind op tijd de juiste hulp krijgt. De schoolarts is in staat gezondheidsproblemen bespreekbaar te maken en te duiden. Zo kan als het nodig is sneller worden doorverwezen naar hulp. Maar ook de lijnen met de leerplichtambtenaren zijn kort. Dat kan ernstiger problemen en schoolverlaten voorkomen.
 

RMC-regio Stedendriehoek

In de RMC-regio Stedendriehoek (Regionaal Meld- en Coördinatiepunt) werken de gemeenten Lochem, Brummen, Zutphen, Voorst, Apeldoorn, Epe, Deventer en Olst-Wijhe samen om voortijdig schoolverlaten terug te dringen. De samenwerkende gemeenten in de RMC-regio Stedendriehoek doen elk jaar samen verslag over leerplicht en voortijdig schoolverlaten. In het jaarverslag 2017-2018 (pdf, 316 KB) staan regionale en lokale cijfers.
 
 
Bron: gemeente Lochem
 

Onderwijs en zorg sluiten onvoldoende aan

Het grootste deel van de Nederlandse kinderen vindt zonder hulp de weg in het onderwijs. Het neemt niet weg dat nog 15 procent van de schoolkinderen extra ondersteuning nodig heeft. Voor ruim 200.000 kinderen is maatwerk nodig. Zeven partijen van jeugdhulp en jeugd(gezondheids)zorg willen de kansen voor deze kinderen vergroten. Om dat te bereiken, hebben de ondertekenaars van dit initiatief twee vragen geformuleerd die het politieke debat over deze ‘sociale achterstand’ voeden.

Actiz, GGD GHOR Nederland, GGZ Nederland, Jeugdzorg Nederland, Sociaal Werk Nederland, VOBC en VGN brachten vandaag de urgentie van deze kwestie onder de aandacht door in de Tweede Kamer een petitie aan te bieden, in de vorm van een kleurplaat.

 

Samenwerken

Het Nederlandse onderwijs- en zorgstelsel is weliswaar complex, maar biedt toch ruimte als lokale en regionale driehoeken van gemeenten, onderwijs en zorgaanbieders komen tot een gedeelde visie en ambitie. Er zijn vele goede initiatieven in de regio’s, waarbij de gemeenten, het onderwijs, de zorg en de jeugdhulp goed samenwerken. Voorwaarde is dat alle partijen altijd het belang van het kind voorop stellen en leren van wat al goed gaat. Daarom is bij dit initiatief gekozen voor de metafoor van de kleurplaat. Die is voor een deel al ingekleurd, maar er zijn nog plekken waar kleur ontbreekt… De zeven ondertekenaars van de kleurplaat vinden dat in het VN kinderrechtenverdrag en het VN-verdrag handicap de drie voorwaarden staan die gelijke ontwikkelingskansen voor alle kinderen borgen:

  1. Ieder kind heeft recht op passend onderwijs en passende
    ontwikkelmogelijkheden.
  2. Het belang van het kind staat altijd voorop, systemen zijn daaraan
    ondergeschikt.
  3. Ouders zijn primair verantwoordelijk voor zorg, begeleiding en opvoeding.
    Onderwijs- en zorgprofessionals kunnen altijd een ondersteunende rol
    spelen.

 

Investeren

De voorbeelden van goede samenwerking die er zijn, worden onvoldoende gedeeld en verankerd. De zorg- en jeugdhulppartijen willen dat we in Nederland echt van elkaar leren en ervoor zorgen dat wat werkt ook blijft werken. Daarnaast signaleren de partijen dat personeelstekorten op scholen en in de zorg de mogelijkheden begrenzen om met elkaar stabiele onderwijs-zorgarrangementen te realiseren. Die stabiliteit is hard nodig, want de inzet van onervaren krachten in combinatie met veel personeelswisselingen werkt nu belemmerend. Goede en innovatieve combinaties van onderwijs, zorg en jeugdhulp vragen binnen en over de domeinen heen investeringen in voldoende deskundigheid. De zeven organisaties vragen daarom de Tweede Kamer er bij de ministers van OCW en VWS op aan te dringen om samen te verkennen hoe kennisdeling en -ontwikkeling kan worden gestimuleerd, georganiseerd en gefaciliteerd. Voorts vragen zij te investeren in werving en behoud van (specialistische) deskundigheid van personeel.
 

Petitieaanbieding

De politiek is vandaag gevraagd om symbolisch mee te werken aan de ‘inkleuring’ van het kinderrecht op onderwijs op maat. Vier kinderen, waarvan drie leven met een beperking, de ouders en ondertekenaars nodigden Kamerleden uit om het beeld zo volledig en zo kleurrijk mogelijk te maken.

 

Dokwerk werkt

In de regio Gorinchem is niet geheel een dekkend onderwijsaanbod aanwezig; het speciaal onderwijs voor leerlingen op het niveau van Praktijkonderwijs en VMBO Basis en Kader ontbreekt. Om niet geheel afhankelijk te zijn van andere regio’s, is binnen het Samenwerkingsverband VO 28.14 passend onderwijs Gorinchem e.o het initiatief Dokwerk ontwikkeld.

Het initiatief is ontstaan vanuit het praktijkonderwijs. De regio had veel afstroom van leerlingen van het vmbo naar het praktijkonderwijs en wilde hier iets mee doen. Ze wilden de leerlingen met specifieke ondersteuningsbehoeften ondersteunen en de kans geven toch een vmbo-diploma te halen. Voorheen kwamen ze in een praktijkklas terecht, nu is er Dokwerk.

 

Wat is Dokwerk?

Dokwerk biedt aan kleine groepen leerlingen (maximaal 12 leerlingen) op de praktijkschool, in een eigen lokaal, de vmbo leerstof aan. Ze krijgen wel les op de wijze van de praktijkschool. Het is een veilige omgeving, waarbij bij een eerste kennismaking al het effect op het gedrag van de leerling zichtbaar wordt. De betrokkenen van Dokwerk zijn niet snel onder de indruk. Je mag jezelf zijn. En morgen is een nieuwe dag om te leren als het vandaag niet gaat. Dokwerk biedt de veiligheid van een eigen plek,een  vaste mentor, weinig wisselende docenten, bekende gezichten en in de pauze kunnen leerlingen kiezen of ze naar de aula gaan of apart gaan zitten. Er is veel aandacht voor groepsontwikkeling en de emotionele-psychologische ontwikkeling van de leerling.

De leerlingen blijven twee jaar en stromen in, als het goed gaat, in het tweede of derde jaar van het vmbo. Vaak hebben ze dan al een soort stage gelopen om alvast te wennen. Voor zestig procent van de leerlingen van Dokwerk is het op dit moment een succesvol traject. De ondersteuningsvraag blijft echter wel, dat is niet binnen twee jaar weg. Maar ze weten zich wel staande te houden binnen het vmbo.

Inmiddels is ook een Dokwerk 2 voor de bovenbouw gestart. Hierin worden leerlingen voorbereid op het Entree-examen.

 

Instroom vanuit basisonderwijs

Het signaal en de aanmelding voor Dokwerk, komt vaak van de docent van groep 8 van het basisonderwijs. Vaak is er al een vorm van hulpverlening betrokken. Vanuit het samenwerkingsverband po en vo vinden preventieve besprekingen plaats. Het samenwerkingsverband bekijkt of Dokwerk een passende oplossing is voor de leerling. Ze spreekt met de leerling, ouders en zorgcoördinator van Dokwerk. De leerling loopt soms een week mee met de groep.

 

Docenten voor Dokwerk

Het vinden van passende docenten is nog wel een uitdaging. De groep vereist het nodige van de docent en niet iedereen is daarvoor geschikt. Op dit moment komen de meeste docenten uit het praktijkonderwijs en ze kiezen bewust voor Dokwerk. De werving vanuit het vmbo wordt opgezet.

Mandy Witte, beleidsvormend teamlid van het samenwerkingsverband, werkt onder andere voor  Dokwerk. “Ik ben op zoek naar vergelijkbare initiatieven in het land om ervaringen uit te wisselen. Met name ervaringen met het aantrekken van docenten en het vergroten van de kennis bij vmbo docenten, zodat de aansluiting op het regulier vmbo voor deze groep beter verloopt. Ik zou ook graag met de docenten een soort intervisiegroep op willen zetten. Het is een beetje een vergeten groep in het passend onderwijs. Terwijl ze zo belangrijk zijn.”

 

Samenwerking onderwijs-jeugdhulp

Het samenwerkingsverband is reeds twee jaar bezig om de samenwerking met jeugdhulp op te zetten. Dit is nog niet zo eenvoudig. Dit zit met name in het financiële aspect, en het verstrekken van een beschikking. Dokwerk wil graag een groepsbeschikking, echter alleen individuele beschikkingen worden verstrekt. Witte geeft aan: “Het kan zoveel makkelijker en goedkoper. Het gezamenlijk optrekken lukt nog niet echt, het gaat gepaard met veel besprekingen vooraf. Out of the box denken is moeilijk. Je moet blijven trekken. We hebben nu wel een gemeenschappelijke paragraaf in alle ondersteuningsplannen.”

 

Onderwijsinspectie

De Inspectie van het Onderwijs is akkoord met Dokwerk, maar stelt wel vaak de vraag over de locatie op een praktijkschool. De leerlingen krijgen les op de praktijkschool, en staan formeel ingeschreven op het vmbo. Het samenwerkingsverband kijkt streng naar welke leerling voor Dokwerk in aanmerking komt. Dokwerk is niet bedoeld voor iedereen. Mocht Dokwerk passend zijn, maar de beschikking ontbreekt, dan compenseert het samenwerkingsverband. Voor komend jaar zit de groep al bijna vol, ze kijken naar de mogelijkheden voor een tweede groep.

 

Meer informatie

Geïnteresseerde regio’s mogen contact op nemen met Mandy Witte voor meer informatie over Dokwerk. Ook als u een soortgelijk initiatief of oplossingen heeft en wilt delen.

Stichting Samenwerkingsverband VO Passend Onderwijs (28.14) Gorinchem e.o.
Contact met Mandy Witte: mwitte@swvpasvorm.nl
Over Dokwerk: https://www.denoordhoek.com/onderwijs/dokwerk/

 

Regio Oost Achterhoek tekent convenant

Gemeenten Aalten, Oost-Gelre en Winterswijk, het samenwerkingsverband po Oost Achterhoek en het samenwerkingsverband vo Slinge-Berkel tekenden afgelopen maandag voor een structurele samenwerking op het gebied van (passend) onderwijs en jeugdzorg. Sinds 2013 werkt de regio al met één zorgteam, één aanspreekpunt, en één dossier voor één kind. Ton Edelbroek van het samenwerkingsverband Slinge-Berkel: “Het advies van kwartiermaker René Peeters is hier al actief. Een aanpak die werkt.”

 

Één zorgteam en geen wijkcoaches

In 2011 werd vooruitlopend op de twee nieuwe wetten, door de regio Oost Achterhoek, al gestart met het samenvoegen van passend onderwijs en de jeugdzorg. Toentertijd nog gefinancierd door de provincie Gelderland. In 2013 beginnen ze met een ambulant zorgteam met acht medewerkers, die naar de gezinnen toe gaat. Het team is inmiddels gegroeid naar veertien medewerkers.

De belangrijkste uitgangspunten bij de start van het team waren: een brede aanpak; een digitaal meldpunt; binnen 48 uur contact met het gezin; één dossier; en geen wijkcoaches.

 

Je moet bewegen en samen een visie maken

“In 2013 zijn we gestart met een visie voor het ondersteuningsteam. Het is eigenlijk meer een werkdocument. De tijd verandert, een visie dus ook. Houd het laagdrempelig, simpel en praktisch. Het is een weg van een lange adem. Het vereist lef en doorzettingsvermogen. Je krijgt toch soms veel tegenwerking. Daarom is het team zo belangrijk. Zorg bij de samenstelling van het team wel voor balans in tempo van het team. Maar zet er geen mensen in met een ‘fixed mindset’.

Voor de stabiliteit zijn de afdelingsmanagers van de gemeenten van belang. Daarnaast heb je de betrokken wethouders ook nodig. In het begin was Pieter Dekkers, expert van het ondersteuningsprogramma betrokken. Hij heeft alles goed beschreven en begeleidde het proces. Dit was lang niet altijd gemakkelijk in het begin. Pieter is twee jaar geleden gestopt en wij hebben het voortgezet.”

 

Aandacht voor het team

In de regio wordt gewerkt met één ambulant zorgteam met veertien medewerkers en één teamleider. Een voorwaarde tot deelname in het team is: buiten de geijkte paden kunnen werken. Edelbroek benoemt meerdere malen het belang van de kwaliteit van het team. De medewerkers zijn allemaal hbo geschoold. “Dit niveau is nodig voor een breed gezichtsveld en de complexiteit van de materie. Er is altijd één aanspreekpunt, en heeft de medewerker zelf niet de expertise dan vraagt die hulp van een collega. Maar degene die aanneemt blijft contactpersoon.”

De medewerkers zijn op dit moment in dienst bij de drie gemeenten. Dit gaat straks naar één gemeente. Ze vallen allen nu onder één cao.

 

Resultaten

De regio draait nu vijf jaar met deze aanpak en ze hebben twee evaluaties en een kosten-batenanalyse uitgevoerd. De klanttevredenheid ligt boven de negentig procent. Het aantal doorverwijzingen is door hun vroege en snelle handelen met vijfentwintig procent gedaald.
De financiën blijven binnen de perken en de scholen vinden het fijn dat ze niet hoeven te zoeken. Het onderwijs is nauw betrokken en ze werken gemeenteoverstijgend. Ze hebben vertrouwen in elkaar. In tegenstelling tot andere regio’s en gemeenten werken ze niet met wijkcoaches en houden ze de administratieve last zo laag mogelijk. Er wordt geen tijd geschreven en ze doen ook geen analyses opnieuw.

Edelbroek nodigt geïnteresseerde gemeenten en regio’s uit: “Kom langs en dan leggen we het uit!”

 

Meer informatie

 

 

Verdiepingsochtend Getting It Right For Every Child (GIRFEC)

Het is 6 november volle bak in Nieuwe Koninklijke Harmonie in Tilburg. Zo’n 120 mensen zijn afgekomen op de verdiepingsochtend over Getting It Right For Every Child (GIRFEC), georganiseerd door de gemeente Tilburg en het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). De helft komt uit de Tilburgse regio, de andere helft uit de rest van het land.

Niet opleggen, maar laten groeien

“Hoe maakt u het?”, start Ronnie Hill zijn inleiding over Girfec. Om daarna met een Schotse tongval het publiek mee te nemen in zijn gedrevenheid het juiste te doen voor élk kind. Ronnie is ambassadeur voor Girfec en lid van de directie van the Health and Social Care Alliance Schotland.

Iedereen hetzelfde beeld voor ogen, iedereen spreekt dezelfde taal. Daarnaar streven ze in Schotland. Een van de instrumenten die daarbij gebruikt worden is het “Wellbeing Wheel”, voorlopig in Nederland Kansencirkel genoemd. Gebaseerd op het in Engeland ontwikkelde “every child matters”, maar uitgewerkt en aangevuld in Schotland. Aan de hand van de cirkel kijken betrokkenen hoe ze de kansen voor een kind kunnen verbeteren. Wordt het bijvoorbeeld voldoende gekoesterd? In Schotland noemen ze dat nurtured. “A fancy word for love.”

Ronnie begint met een waarschuwing. Opleggen van het gedachtengoed en de werkwijze van Girfec werkt niet. “Het moet groeien, van onderaf. Als mensen dat willen.” Pas dan kun je verandering bewerkstelligen, van cultuur, van systeem en van praktijk. Girfec gaat om een gezamenlijke focus op kinderen en hun omgeving. Met als doel het best mogelijk leven dat ze kunnen hebben.

Belangrijk uitgangspunt is écht luisteren. Niet voor niets is Girfec gebaseerd op het VN-Kinderrechtenverdrag. “Kinderen hebben het recht iets te zeggen voordat volwassenen over hen beslissen”, zegt Ronnie. Girfec gaat over preventie, over voorkomen dat kleine problemen grote worden. Het gaat over het bevorderen van veerkracht en passende hulp. En het gaat over liefde. Elk kind heeft daar recht op. en elke betrokkenen, kind, ouder, professional in jeugd of het bredere sociale domein draagt daar aan bij.

Verdiepende workshops

Na de inleiding van Ronnie splitst het gezelschap zich op in drieën voor de verdiepende workshops. Eén groep gaat o.l.v. Vivian Jacobs en Chaja Deen aan de slag met een door het NJI samen met het (Tilburgse) veld vertaalde versie van de Kansencirkel. Iedereen die deelneemt wordt enthousiast over de meerwaarde die deze taal kan hebben in de samenwerking met en rond ouders en kinderen. Een van de uitspraken is: er moet minder gemopperd en meer geopperd worden, dus niet klagen over de ander maar zelf initiatief nemen om de samenwerking vlot te trekken.

Ronnie Hill leidt een workshop over hoe je als team gezamenlijk verantwoordelijkheid draagt voor een kind. In groepjes bedenken de deelnemers een fictief kind of jongere. In een gezamenlijke nabespreking van de workshop komt de rol van ouders nadrukkelijk aan bod. Wat als ze het niet eens zijn met de professionals? Ook hier is bruggen bouwen weer het devies. Denk niet dat jij als professional alle wijsheid in pacht hebt. “Plaats jezelf náást de ouders”.

De derde workshop gaat over het toepassen van Girfec in de eigen regio en over de Tilburgse aanpak. Karin Smeets legt een relatie tussen het Schotse model en de Tilburgse Agenda Sociaal 013. Die is gericht op inclusiviteit, het voorkomen dat kwetsbare burgers tussen wal en schip raken. Professionals gingen de stad in en vroegen naar de wensen en zorgen van inwoners. “Het antwoord was dat ze zich gezien, gehoord en gewaardeerd wilden voelen.”

Het is een marathon, geen sprint

De ochtend wordt afgerond door jongeren van de zelforganisatie “Who Cares Scotland”, die een belangrijke inhoudelijke en ook politieke rol spelen in de hervorming van het “care system” in Schotland. (Indicatie hiervan in dit filmpje). Er is al veel verbeterd maar er is ook nog veel te doen; het is een marathon, geen sprint is de conclusie van de ochtend.

Meer informatie

Meer informatie over de doorontwikkeling van het Schotland gedachtegoed voor Nederland bij Vivian Jacobs ( vivianjacobs@planet.nl) en Chaja Deen (c.deen@nji.nl)

Klik hier voor het gehele verslag.

Inspiratie-estafette 9 november 2018 bij excellente Van Koetsveldschool

Vrijdag 9 november waren we te gast bij de Van Koetsveldschool in Amsterdam. De directeur Camille Ruth heeft ons gastvrij ontvangen en heeft samen met een medewerker van Cordaan ons meegenomen in hun ambitie om voor zeer moeilijk lerende kinderen onderwijs, zorg en ondersteuning te bieden. In een interactieve bijeenkomst zijn we meegenomen in de bijzondere samenwerking tussen Cordaan en de van Koetsveldschool.
 

Samenwerking Van Koetsveldschool en Cordaan

De Van Koetsveldschool biedt het speciale onderwijs en Cordaan Jeugd is specialist op het gebied van dagbesteding en ondersteuning in onderwijs voor kinderen met een verstandelijke beperking. Op alle Amsterdamse scholen voor Speciaal Onderwijs werken medewerkers van Cordaan Jeugd. Ze ondersteunen de leerkrachten en de kinderen, die intensieve begeleiding nodig hebben.

De school is ervan overtuigd dat samenwerking met ketenpartners een grote toegevoegde waarde heeft. Door de samenwerking:

  • Kunnen leerlingen onder schooltijd profiteren van (nieuwe) onderwijszorgarrangementen, die de leerontwikkeling in belangrijke mate ondersteunen en die zonder samenwerking niet mogelijk zouden zijn;
  • Kan voor leerlingen flexibel maatwerk verzorgd worden;
  • Ondersteunen ze de ouders bij het vervullen van hun taak als opvoeder;
  • Bevorderen ze de mogelijkheden voor onze teamleden om een meer multidisciplinaire aanpak van de leerlingen tot stand te brengen.
  • Bouwen ze relaties op die er voor kunnen zorgen dat leerlingen, die aangewezen zijn op onderwijs, ondersteuning en/of zorg die zij kunnen bieden, tijdig naar hen verwezen worden.
  • Doordat ze binnen de schoolorganisatie nauw samenwerken met Cordaan, hebben ze ook aanbod voor:
  • Leerlingen met een zorgindicatie voor intensief te begeleiden leerlingen (IBL). Dit zijn zmlk leerlingen die voor hun gedrag extra begeleiding nodig hebben zodat deelname aan onderwijs mogelijk wordt.
  • Kinderen die aangewezen zijn op een zorg-onderwijs groep. Dit zijn kinderen die wel de leeftijd voor primair onderwijs hebben, maar nog niet aan onderwijs toe zijn. Deze kinderen hebben dispensatie voor de leerplicht. Doordat deze groep binnen de school gehuisvest is, is het schakelen van onderwijs naar de zorg-onderwijsgroep en omgekeerd goed mogelijk.

 

Externe begeleiding

De school heeft regelmatig overleg met externe instanties. Leerlingen kunnen voor verder  diagnostisch onderzoek of ambulante hulp aangemeld worden bij Amsta, de Bascule of Cordaan. Meestal geeft de maatschappelijk deskundige of orthopedagoge ondersteuning bij het invullen van de formulieren. Zij zijn ook de contactpersonen van de hulpverleners die in de thuissituatie werkzaam zijn. (MEE, de Meren, de William Schrikker Groep, naschoolse opvang, etc). Doordat ze binnen de schoolorganisatie nauw samenwerken met Philadelphia, hebben ze ook aanbod voor naschoolse opvang (NSO).
 

Rondleiding door het schoolgebouw

Na de lunch werden we rondgeleid in een prachtig schoolgebouw, waar kinderen volop bezig waren zich voor te bereiden op st Maarten. Wat opviel is grote betrokkenheid van de leerkrachten en begeleiders, de gestructureerde omgeving ondersteund door pictogrammen en gebarentaal om kinderen te ondersteunen in de communicatie. De schoolomgeving is “groen” ingericht, een mooie natuurlijke omgeving rondom de school met een schoolplein waar alles in te ontdekken valt, van waterlopen tot een kleine beestjes tuin.
 

Meer informatie

Voor meer informatie kun je terecht op hun website, met filmpjes die laten zien wat hun werkwijze is en waarop bijvoorbeeld staat waarom de Van Koetsveldschool een excellente school is.

Door de inspirerende presentatie en de rondleiding hebben we weer de nodige inspiratie opgedaan. Camille bedankt voor je gastvrijheid.

Expert Bert Klaassen: “Het onderwijs bepaalt.”

Expert Bert Klaassen

Expert Bert Klaassen

Bert Klaassen is onderwijsconsulent en expert van het ondersteuningsprogramma De verbinding onderwijs – jeugdhulp voor de regio Zwolle.

In een interview legt hij uit waarom het van groot belang is dat het onderwijs en de gemeenten krachtig en ‘in the lead’ zijn. Hij vertelt over zijn lessen uit de praktijk en zijn aanbevelingen voor gemeenten en het onderwijs.

Ook voor andere gemeenten en regio’s is zijn verhaal waardevol.

Lees het interview met Bert Klaassen

 

Maak kennis met onze experts

Bert Klaassen is onze expert in de regio Zwolle. Hij is aanjager, hij zet de juiste partijen bij elkaar en zorgt dat er echt stappen worden gezet. Aan het ondersteuningsprogramma zijn in totaal elf experts verbonden. Zij kunnen u helpen bij de vraagstukken in uw regio. Stel direct uw vraag, dan neemt een expert met u contact op.

Ik kom naar je toe!

Jordy is negentien jaar, en hij werd onlangs met het halen van zijn rijbewijs, weer geconfronteerd met het etiket dat hij jaren geleden opgeplakt kreeg van de instanties. Hij moet zich altijd bewijzen wat hij wel en niet kan. En dit omdat instanties hem niet persoonlijk vroegen hoe het met hem ging en gaat. Een voorbeeld uit de praktijk, daarmee start de bijeenkomst ‘Ik kom naar je toe’ op woensdag 3 oktober bij het Hengeveld college in Zwolle.

Onderwijsconsulent en expert van het ondersteuningsprogramma De verbinding onderwijs – jeugdhulp Bert Klaassen heeft zijn vrienden in Zwolle uitgenodigd. Tijdens een goedbezochte bijeenkomst zijn de ‘Vrienden van Bert’ bijeen om kennis te delen en verandering in gang te zetten. “Want als we iedereen samenbrengen, de vrienden van Bert, dan zouden we wel eens mooie dingen kunnen doen.” En dat was de opdracht voor deze middag, het maken van een bewegingsconstructie, waarmee de aanwezigen concreet aan de slag gaan. Op 27 maart volgend jaar wordt het bereikte resultaat opgehaald.

De menselijke maat

Tijdens de middag maakt het verhaal van Jordy een hoop los. Zijn verhaal is kenmerkend voor de ervaringen van veel kinderen. En ondanks dat hij ziet dat de bedoelingen van de betrokkenen goed zijn, miste hij met name het menselijke in het contact. “Gewoon iemand die aardig tegen hem is.” De bureaucratie met alle formulieren heeft de overhand genomen. Jordy heeft een doos vol dossiers. Hij vraagt zich hardop af waarom en wie ziet erop toe wat ermee gebeurt? Ook hebben alle regels en afspraken hem de mogelijkheid tot het hebben van vriendjes ontnomen. Op latere leeftijd kreeg hij pas de kans om een sociaal leven op te bouwen.

Hoe kan het anders, en hoe kan het beter, dat zijn de vragen die Klaassen in alles drijft. Tijdens de bijeenkomst spreken zes professionals uit het veld onderwijs en jeugdhulp. Ze reageren op het verhaal van Jordy en zetten in korte bewoording neer wat er anders kan. Toewerken naar dezelfde taal, sneller aan de slag met de jongere, beter luisteren naar zowel kind als ouder, één verantwoordelijke met budget en toezicht, het zijn een paar van de suggesties die worden gedaan.
 

“De route naar school ging niet alleen maar over de weg, maar ook over water. Echter stond het benodigde pontje niet in de verordening van de gemeente. Het kon daarom aanvankelijk niet betaald worden door de gemeente als onderdeel van het leerlingenvervoer.”

 

Mag het een pontje meer zijn?

Klaassen vraagt aan zijn vrienden om opvallendheden en wat ze belangrijk vinden in de aanbevelingen van de sprekers op te schrijven. Al snel blijkt dat de labels die gehangen worden aan een kind een negatieve uitwerking hebben. Het moet gaan om de persoonsontwikkeling van het kind. En betrek het kind bij de oplossing en het besluit. En als je het kind kent, dan heb je misschien geen diagnose nodig, concluderen de aanwezigen.

Dat er nog veel te doen is om ieder kind zijn of haar talenten te laten ontwikkelen, dat was heel duidelijk na deze middag. Waarbij ‘echte’ aandacht voor het kind nu nog vaak ontbreekt door tijd, cultuur, en afstemming. Mag het alsjeblieft een pondje meer zijn?