Meld je aan als inspiratieregio/gemeente voor een effectievere aanpak van de ontwikkeling van kinderen

Aanpak Met Andere Ogen

Belangstelling deelname lerend netwerk

Samen leren en doen wat werkt voor de ontwikkeling van kinderen. 
Alle kinderen in Nederland optimale ontwikkelkansen bieden, daar maken wij ons sterk voor. De aansluiting tussen onderwijs, kinderopvang, (jeugd)gezondheidszorg en jeugdhulp kan en moet beter. Als Coalitie onderwijs, zorg en jeugd zetten wij in op de kennis en kunde, het leervermogen en de wil om te verbinden bij partners op en rondom scholen. Daarom starten wij op basis van het advies Met andere ogen een lerende netwerkaanpak, onder meer door samenwerking met tien inspiratieregio’s/gemeenten.

Wij willen met jou aan de slag in een lerend netwerk om te ontdekken wat werkt, te beproeven wat niet werkt en andere professionals te inspireren.

De beleidscoalitie bestaat uit de volgende partijen:
Actiz Jeugd, GGD/GHOR, Ambassadeur Zorglandschap Jeugd, Ouders & Onderwijs, GGZ Nederland, Ieder(in), Jeugdzorg Nederland, LECSO, Ministerie van OCW, Ministerie van VWS, Netwerk leidinggevenden Passend Onderwijs, PO-Raad, Samenwerkingsverbanden VO, Sociaal werk Nederland, VO-Raad, NCJ, NJI, Kinderopvang BMK en BK (Kinderopvang), MBO-Raad, bonden (AOB, CNV,AVS)

Wat
De Coalitie onderwijs-jeugd-zorg heeft de krachten gebundeld om de vraag “Wat heeft het kind nodig?” middels een gezamenlijk leertraject te beantwoorden. Een beweging om de samenwerking tussen (passend)onderwijs, kinderopvang, (jeugd)gezondheidszorg en hulp te verbeteren, zodat ontwikkelkansen van kinderen vergroten. Meer preventie en ook oplossingen die ‘het stelsel’ verbeteren. De grote uitdaging is om het kind centraal te stellen en samen te werken om het een sterke basis te geven.

Doel
Het doel van de aanpak Met Andere Ogen is om samen met onderwijs-jeugd-zorg lokaal al doende lerend te faciliteren wat werkt. Wat helpt om kinderen de juiste ontwikkelkansen te bieden en welke verbinding leggen we tussen onderwijs en jeugdzorg/jeugdhulp en andere partners?  Hierbij laten we ons inspireren door het advies en implementatieplan Mét andere ogen. Dit is een weergave vanuit de praktijk in het land, met beloftevolle samenhangende adviezen over wat wel en niet helpt.

In de eerste fase zijn twee adviezen het startpunt:

  1. Het verbreden van (interprofessionale) teams. Bepaal op microniveau wat een kind nodig heeft aan ondersteuning. Hierbij kan het belangrijk zijn dat er een breed team wordt samengesteld met uiteenlopende expertises.
  2. Brede lokale afspraken over (passend)onderwijs, jeugd en zorg onder regie van de gemeente. Elke gemeente maakt als verbindende regisseur met betrokken partijen een gezamenlijk gedragen visie over jeugd, die als basis dient voor alle afspraken die gemaakt worden.

Hoe
Natuurlijk gebeurt er in Nederland op dit gebied al heel veel. Er zijn talloze voorbeelden van samenwerkingen op en rondom scholen om de ontwikkelkansen van kinderen te vergroten en die inzetten op preventie. Juist bij deze beweging willen wij aansluiten om samen uit te zoeken: we vermoeden wel wat werkt, maar wat werkt nou echt! En… wat is helpend in de context en in het grotere systeem.
Bij deze lerende aanpak staat de praktijk centraal, het kind om preciezer te zijn. De coalitiepartijen hebben hierin een faciliterende rol. Aandeelhouders van het netwerk Met Andere Ogen weten elkaar te vinden, werken samen in de uitvoering en leren van elkaar om zo effectiever te  worden in de ondersteuning van kinderen. Samen al lerende doen wat werkt.

Voor wie
Ben je, of ken je een goed voorbeeld van wat werkt? En wil je doorontwikkelen, verder leren en inspireren? Meld je dan aan als inspiratieregio/gemeente om met ons deze uitdaging aan te gaan. De inspiratieregio’s/gemeenten vormen het hart van het netwerk. Hiernaast kan iedereen uit de praktijk zich aanmelden als aandeelhouder om zo de geleerde kennis en kunde met elkaar te delen.

Wie zoeken wij?
Wij zoeken voor deze eerste tranche 10 regio’s of gemeenten met lef én uitvoeringskracht die al in de praktijk  sterk betrokken zijn bij het verbinden van onderwijs, kinderopvang, (jeugd)zorg en jeugdhulp. Initiatiefnemers die zowel op bestuurlijk als uitvoerend niveau tijd en ruimte willen maken om te leren en te inspireren. Daarnaast is het belangrijk ook andere regio’s te kunnen inspireren om stappen te zetten. Het doel is namelijk over een jaar nog 10 gemeenten/regio’s te werven en een jaar later nog eens twintig gemeenten/regio’s.

Meedoen, wat bieden we?
Als onderdeel van een lerend netwerk werk je samen om effectiever te worden om de ontwikkelkansen van kinderen te vergroten. We hebben een klein programmabureau dat matcht en makelt op jouw wensen en behoeftes. We proberen expertise te leveren op basis van vragen.

Wat is er nodig in een inspiratieregio/gemeente om te leren? Je kunt jouw initiatief in het land delen en anderen inspireren om te doen wat werkt voor kinderen. De aanpak maakt het ook mogelijk om stelsel wijzigingen en systemische belemmeringen die nodig zijn bij de juiste betrokken partijen te (laten) agenderen.

  • Faciliteren van al doende leren om op een gestructureerde manier kennis en ervaringen te delen om effectiever te worden in de aanpak;
  • We bieden een digitaal podium om met elkaar te leren;
  • Toegang tot sparringpartners, ervaringsdeskundigen en experts vanuit praktijk, beleid en wetenschap;
  • Iedere inspiratiegemeente of regio krijgt binnen het netwerk een vast contactpersoon die ondersteunt waar nodig;
  • Inzet en gebruik van kennisinstituten/-partners;
  • Faciliteren om te kunnen leren en ontwikkelen.

Wat breng je in als inspiratieregio/gemeente?
De coalitie werkt samen met de inspiratieregio’s ,en -gemeenten en faciliteert hen waar nodig.
Hier herken je jezelf in:

  • Graag willen leren en inspireren;
  • Wil graag samen bouwen aan het ontwikkelen van een netwerk
  • Gemotiveerd om deel te nemen en mee te werken, zowel op bestuurlijk als uitvoerend niveau.

Wat neem je mee:

  • Een gemotiveerd contactpersoon;
  • Ervaring in het verbreden van teams en het maken van brede lokale afspraken;
  • Bereidheid om kennis en kunde te delen op een digitaal platform en tijdens bijeenkomsten;
  • Bijdragen aan het opstellen en verspreiden van publicaties van, voor en door het lerende netwerk;
  • Positieve betrokkenheid bij het uitwerken van hierboven beschreven adviezen.
  • Je maakt tijd voor de aanpak en medewerkers zijn enthousiast om deel te nemen aan kennissessies, helpen bij het organiseren van werkbezoeken en dragen bij aan de ontwikkeling en uitvoering van een lokale/regionale monitor. Belasting binnen organisatie: gemiddeld 2 uur per week. Daarnaast komen we 1 x per 2 maanden bij elkaar en zijn er jaarlijks 2 heidagen.

Meld je aan! 
Gemeenten en/of regio’s die willen meedoen hebben tot 15 september de tijd om zich aan te melden. De hoofdvraag in je aanmelding is: Wat wil je leren, wat heb je nodig en wat kom je brengen.
Beschrijf hierbij in het kort de volgende elementen:

  1. Welke partijen doen mee in je inspiratieregio? Bijvoorbeeld: gemeente (meerdere portefeuilles of hele college), schoolbesturen, jeugdgezondheidszorg, jeugdhulppartners, samenwerkingsverbanden, huisartsen, kinderopvang, welzijnswerk enz.
  2. Hoe zijn ouders betrokken?
  3. Een beschrijving van de actuele samenwerking (passend) onderwijs, zorg waarbij in ieder geval ook de gemeente (bestuurlijk en beleidsmatig) bij betrokken is.
  4. Het vraagstuk dat aangepakt wordt en (meetbare) doelstellingen die beoogd worden bij deelname als inspiratieregio/gemeente. Waar moet de focus liggen?
  5. Hoe zie je de commitment van alle genoemde partijen uit de gemeente/regio?
  6. Wat zijn valkuilen en risico’s binnen het bestaande aanbod?
  7. Welke ondersteuning heb je nodig vanuit de aanpak Met andere ogen om de doelstelling te behalen.

Hou het kort en krachtig, maximaal 3 A4.

Planning
Mail je aanmelding uiterlijk 15 september naar metandereogen@onderwijsjeugd.nl.  Van 16 september tot 1 oktober bespreekt een afvaardiging vanuit de coalitie de aanmeldingen om te komen tot de beste match van het lerende netwerk met tien deelnemers. Naast je aanmelding speelt hierbij ervaring op dit onderwerp in de praktijk een rol.

We streven hierbij naar diversiteit in:

  • Spreiding van deelnemende gemeenten/-regio’s over het land;
  • Differentiatie in grootte van gemeenten/regio’s (aantal inwoners) en oppervlakte (uitgestrektheid);

Waar moet je alvast rekening mee houden?
Op 1 oktober ontvangen alle partijen bericht over het meedoen als inspiratieregio/gemeente. Op 31 oktober vindt de kick-off bijeenkomst plaats. Details hierover volgen nog. Het is belangrijk dat inspiratieregio’s/gemeenten met deze datum rekening houden in hun agenda zodat ze zichzelf op die dag kunnen presenteren.

Wil je meedoen met het lerend netwerk, maar niet als inspiratieregio/gemeente?
Laat het dan vooral weten en meld je aan als aandeelhouder.
Mail naar metandereogen@onderwijsjeugd.nl.
We vragen je om aan te geven van welke organisatie je bent, wie je contactpersoon is, welk initiatief er ligt, hoe je wilt bijdragen aan het lerend netwerk en wat je nodig hebt van de aanpak.

Heb je vragen?
Neem gerust contact op. Mail naar metandereogen@onderwijsjeugd.nl






Achtergrond advies Mét andere ogen
Het advies van René Peeters Mét andere ogen  is geschreven in opdracht van de beleidscoalitie. De opdracht luidde: “Breng advies uit hoe de samenwerking tussen de domeinen (passend) onderwijs, jeugd en zorg verbeterd kan worden”. Waarbij onder andere gekeken is naar goede voorbeelden van samenwerking in gemeenten en regio’s. Aan hen en vele andere deskundigen, waaronder ouders, jongeren, wetenschappers, opleiders, organisaties, is in ruim 60 gesprekken de vraag gesteld wat belemmerende en bevorderende factoren zijn in deze samenwerking. Naast de gesprekken vormde ook documentstudie de basis voor de adviezen. Gesprekken en documentstudie hebben geleid tot een 7 samenhangende adviezen:

  1. Het verbreden van teams (interprofessioneel)
  2. Inperken vrijstellingen op basis van artikel 5a uit de leerplichtwet
  3. Betrekken van ouders en kinderen is essentieel om resultaat te behalen
  4. Brede lokale/regionale afspraken over jeugd onder regie van de gemeente
  5. Monitoring op het niveau waarop gezamenlijke afspraken gemaakt zijn
  6. Budgetten en beleid moeten poreuze randen hebben
  7. De beleidscoalitie omvormen van denken naar doen

René Peeters is benoemd tot bestuurlijk aanjager van de coalitie

Voormalig kwartiermaker René Peeters is vorige week benoemd tot bestuurlijk aanjager van de coalitie Onderwijs, Zorg en Jeugd. Peeters wil als verbinder voortvarend aan de slag met de zeven adviezen van zijn eigen adviesrapport Mét andere ogen. Binnen twee maanden worden een tiental eerste inspiratieregio’s of grote gemeenten geselecteerd. ‘Hij is de aanjager, maar partijen moeten het zelf doen’, zegt Peeters.

 

Verbinding onderwijs-zorg start in de inspiratieregio’s

Welke regio’s of gemeenten gaan starten is nog onbekend. De criteria voor deze inspiratieregio’s worden nog opgesteld. Peeters benadrukt dat de regio’s geen pilotregio’s zijn. De zogenaamde inspiratieregio’s geven zichzelf de opdracht om de belangrijkste twee adviezen blijvend te concretiseren.

Ten eerste, het verbreden van de teams onderwijs-jeugdzorg-zorgpartijen. En ten tweede de regie om belangrijke afspraken te maken. Peeters heeft als kwartiermaker tijdens zijn gesprekken veel enthousiaste regio’s en gemeenten gesproken, die ervoor willen gaan. Hij start met tien regio’s, en vervolgens nog tien en twintig inspiratieregio’s.

De vraagstukken die voortkomen uit de inspiratieregio’s, adresseert hij bij de beleidscoalitie. Peeters merkt wel op dat er meer kan in de praktijk dan mensen denken. ‘En daar waar nodig moeten we een regel oprekken’. De aanjaagfunctie loopt tot en met 2021 en de samenwerking met ‘zorg voor de jeugd’ zal steeds hechter worden.

 

Regie

Het tweede hoofdadvies is de regierol, die door de gemeente wordt uitgevoerd. ‘En regie is iets anders dan hiërarchie. De gemeente is verbinder. Ze komt met alle partijen tot langjarige afspraken en doelstellingen over de domeinen heen. Afspraken en doelstellingen, die worden gemonitord op het niveau waarop de afspraken zijn gemaakt.’

Er zijn grote verschillen tussen de gebieden. Peeters vergelijkt de aanpak met een taal. Je hebt lokale verschillen maar ook algemene taalwetenschap. Een aantal zaken zijn overal hetzelfde, je moet echter wel respect hebben voor de zogenaamde ‘couleur locale’.

Peeters kan zich de formulering van een lokale jeugdgrondwet voorstellen. ‘Soms zal tegen de wettelijke grenzen worden aangelopen. De budgetten moeten poreuze randen hebben. Juist op onderdelen, op een zo laag mogelijk niveau in de uitvoering. Je moet in de samenwerking op de korte termijn de ruimte en het mandaat hebben om snel te kunnen handelen voor een kind en hulp te regelen. Het is een zoektocht hoe dat geregeld moet worden en het natuurlijk goed kunnen verantwoorden’.

 

Evaluatie passend onderwijs

Samenwerkingsverbanden passend onderwijs willen graag meewerken. Peeters wil proberen te komen tot een goed governance model. In 2020 wordt het onderzoeksprogramma naar de impact van de invoering van het passend onderwijs afgerond. Met dit in het vizier, geeft Peeters aan zelf geen voorstander te zijn om het hele stelsel te veranderen. ‘De druk vergroten op de samenwerkingsverbanden passend onderwijs kan functioneel zijn, maar we moeten wel oppassen dat we te weinig tijd geven, doordat een aantal casussen niet goed gaat. We kunnen deze voorbeelden beter gebruiken voor het beter laten werken van het systeem’.

 

Monitoren om te leren

Peeters is tevreden als de coalitiepartners zien dat er meters zijn gemaakt en ouders en kinderen dit ervaren. De effecten van de initiatieven worden gemonitord. Er gebeurt al veel op dit gebied. Het is volgens Peeters belangrijk dat dit ook gebeurt op het niveau van de afspraken. ‘Dan wordt ook gevoeld of het wel of niet lukt. Alleen dan word je een lerende gemeente of regio’.

 

‘Mét andere ogen’ de regio’s in

Alle kinderen verdienen optimale ontwikkelkansen, ongeacht hun zorgbehoeften, gedrag of beperkingen. Het moet gaan om de vraag: wat heeft dit kind nodig om zich te kunnen ontwikkelen? Vanuit deze overtuiging starten wij als onderdeel van een unieke coalitie van 20 landelijke partijen een gezamenlijk programma. Een aanpak voor het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp en zorg in de regio.

Twee kernadviezen staan centraal in de aanpak: het ontwikkelen van interprofessionele samenwerking (van onderwijs en zorg in teams) op en rondom scholen en het realiseren van brede lokale afspraken over jeugd onder regie van de gemeente. In de regio moet het gebeuren, dat is het vertrekpunt van deze aanpak! Inspirerende regionale samenwerking én landelijke activiteiten vormen samen een al doende lerende aanpak, waar de adviezen uit het rapport ‘Mét andere ogen’ in de praktijk worden gebracht.

Eind juni berichten wij hoe inspiratieregio’s kunnen meedoen. Door ervaringen vanuit deze regio’s te delen en samen al doende te leren en te verbeteren, werken we samen aan een cultuuromslag en verbeteren we de ontwikkelingskansen voor alle kinderen in Nederland.

 

Lerende netwerken vanuit het perspectief van het kind en ouders

Met dit programma luiden wij de uitvoering in van (een deel) van de adviezen uit het onlangs verschenen rapport van René Peeters ‘Mét andere ogen’. Hierin staan zeven adviezen voor de coalitie Onderwijs-Zorg-Jeugd voor het bestendigen en versnellen van de aansluiting tussen onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp en zorg. Deze samenwerking krijgt op veel plaatsen langzamerhand vorm, een positieve ontwikkeling die wij willen versnellen en verduurzamen. In de praktijk stuiten ouders, kinderen en professionals maar ook bestuurders op allerlei barrières om voor kinderen dat te doen wat nodig is. Dit uit zich onder andere in de thuiszittersproblematiek. Om tot een duurzame en werkende oplossing te komen, zijn lerende aanpakken nodig, die passen bij de lokale en regionale situatie.

 

Implementatiestrategie: landelijk aanjagen en de regio’s in met twee speerpunten

Een van onze speerpunten is interprofessionele samenwerking op en rondom scholen. Met bredere teams van onderwijs en zorgprofessionals die samen tijdig de goede inschatting maken van wat een kind nodig heeft en die waar nodig laagdrempelige ondersteuning bieden met de juiste expertise, dichtbij het kind. Dit ontlast de leerkracht en werkt preventief want kan langdurig uitval van kinderen voorkomen. Ons andere speerpunt is het maken van brede lokale afspraken over jeugd onder regie van de gemeente. Dit betekent: met de betrokken partijen komen tot een gezamenlijk gedragen visie over de jeugd, vertaald naar heldere afspraken en concrete resultaten om de ontwikkelingskansen van kinderen te vergroten.

Wij gaan als coalitie landelijke activiteiten uitvoeren om regio’s hierbij te helpen (zoals het opzetten van ontwikkelgroepen interprofessionele teams, versterking van het OOGO en monitoring). Daarnaast starten we dit jaar met de werving en ondersteuning van 10 inspiratieregio’s die aan de slag zijn of willen met de adviezen. Zij worden gevoed door kennis en ervaringen van experts en partners en leren van elkaar. We monitoren resultaten en impact . We ondersteunen door het verdiepen en het helpen oplossen van vraagstukken en door het landelijk verspreiden van ervaringen en inspiratie vanuit de regio’s. Zo breiden we geleidelijk uit van 10 naar uiteindelijk alle regio’s.

Regio’s en gemeenten die zich met hun partners de komende jaren (willen) inzetten voor het versnellen en bestendigen van de aansluiting onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp en zorg worden van harte uitgenodigd om mee te doen. Een officiële uitnodiging aan de regio’s volgt eind juni.

 

Programmaleiding in handen van René Peeters en Marijke Andeweg

René Peeters (bestuurlijk aanjager) en Marijke Andeweg (programmamanager) vormen samen de programmaleiding. Het programma wordt in nauwe afstemming uitgevoerd met verwante programma’s en initiatieven zoals het ondersteuningsteam zorg voor jeugd en het steunpunt passend onderwijs. De activiteiten van de coalitie Onderwijs-Zorg-Jeugd worden mogelijk gemaakt door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Contactpersonen:
• Marijke Andeweg, marijke.andeweg@bmc.nl
• René Peeters, rp@opmaatengroei.nl

 

*De coalitie bestaat uit: VNG, PO-Raad, LECSO, Netwerk LPO, VO-Raad, SWV VO / NODS, Jeugdzorg Nederland, GGZ Nederland, VGN, Ouders en Onderwijs, Iederin, Sociaal Werk Nederland, Branche Kinderopvang (BMK en BK), Sectorraad Pro, GGD GHOR, MBO Raad, ActiZ, , Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd. De ministeries van OCW en VWS zijn nauw betrokken, net als kennispartners NJi en NCJ. De AOb, CNV onderwijs, FNV en AVS zijn agendalid.

Vervolg ‘Ik kom naar je toe’

Vorige week woensdag heeft de vervolgbijeenkomst op ‘Ik kom naar je toe‘ in Zwolle plaatsgevonden. De eerste bijeenkomst heeft geleid tot een zogenaamde bewegingsinstructie om onderwijs en jeugdzorg beter met elkaar te verbinden. Tijdens deze tweede bijeenkomst pitchten acht organisaties hun ervaringen, voorbeelden en vraagstukken, waarbij ze hulp aan de aanwezigen vroegen. De centrale boodschap van de bijeenkomst was het leggen van verbinding, van relaties op de diverse niveaus.

 

Bewegingsconstructie

Door de organisatoren van de bijeenkomst en de deelnemers zijn de volgende vijf bewegingen uiteengezet, die ingezet kunnen worden ten behoeve van de jongere met complexe problematiek.

  1. De jongere(en zijn ouders) erbij blijven betrekken en dit vasthouden.
  2. Een centraal informatiepunt voor de regio. Een centraal persoon en een centraal nummer. Zorg voor herkenbare routes in de vorm van sturing op informatie, verwijzing, diagnostiek, bereikbaarheid etc.
  3. De eenvoud van de taal (A4-tje), actiegericht met eigenheid. Het gaat om leesbare taal die voor alle betrokkenen eenduidig is en geen misverstand geeft over wie wat doet.
  4. Waar zit de ruimte in plaats van je te fixeren op de knelpunten. Wat niet werkt, is vaak bekend, zoek naar de mogelijkheden en openingen. Betrek daar mensen bij met originele gedachten of invalshoeken. Formuleer een gemeenschappelijk perspectief: Waarom doen we dit?
  5. Denk ‘out of the box’. Denk niet in bestaande regels en oplossingen. Realiseer maatwerk en doe het vooral samen.

 

Meer informatie

 

Vernieuwde Monitor Aansluiting Onderwijs Jeugdhulp live

De verbinding onderwijs–jeugd, een samenwerking tussen het Nederlands Jeugdinstituut, de PO-Raad, VO-raad, en de VNG lanceert vandaag de vernieuwde Monitor Aansluiting Onderwijs Jeugdhulp (AOJ). Het instrument biedt gecombineerde cijfers over onderwijs en jeugdhulp en de regionale samenwerking op dit gebied. De samenwerking voor wat kinderen, jongeren en hun ouders nodig hebben is het vertrekpunt.

 

Vernieuwde Monitor AOJ

De vernieuwde Monitor AOJ geeft samenwerkingsverbanden en gemeenten meer inzicht in de opbrengsten van de samenwerking in de regio. In de monitor vinden zij cijfers die helpen bij het voeren van preventief jeugdbeleid bij de aansluiting van onderwijs en jeugdhulp in de praktijk. Zo ziet de gebruiker bijvoorbeeld in één oogopslag hoe in de regio de jeugd-populatie eruitziet en hoe zij opgroeit, hoe het onderwijsaanbod van invloed is op de kosten van het leerlingenvervoer, hoeveel jeugd gebruik maakt van jeugdhulp én onderwijsondersteuning en de risicofactoren voor potentieel jeugdhulpgebruik.

Nieuw in de Monitor AOJ is de integrale en vraaggestuurde opzet van de cijfers over onderwijs en jeugdhulp, de toelichting op de cijfers en wat een regio ermee kan. Dit resulteert in openbare rapportages per thema, waarin gegevens worden gecombineerd, die van belang zijn voor preventief jeugdbeleid en input zijn om de verbinding van het onderwijs en de jeugdhulp in de praktijk te realiseren. Het instrument is bedoeld om het gesprek in de regio daarover te voeden. Zoals bijvoorbeeld het gesprek tussen samenwerkingsverbanden en gemeenten in het op overeenstemmingsgericht overleg (OOGO).

De grafieken, tabellen en rapportages met onderwijs-jeugdcijfers zijn via de monitor voor iedereen laagdrempelig via een webapplicatie beschikbaar. Het instrument biedt benchmarks op het niveau van de gemeente, de samenwerkingsverbandregio, en het landelijk gemiddelde. De Monitor AOJ wisselt gegevens uit met het Dashboard Passend Onderwijs van de VO-raad en de PO-Raad en Waarstaatjegemeente.nl van de VNG.

 

Verbinding, visie en samenwerking zijn de bouwstenen

De Monitor AOJ versterkt in de regio de sturing op de verbinding onderwijs-jeugdhulp middels cijfers voor een feitelijke weergave van de huidige en de toekomstige situatie in de regio. Het is hierbij een vereiste dat de partners (schoolbesturen, jeugdhulp en gemeente) die elkaar in de samenwerking gevonden hebben, gezamenlijk een visie hebben. De monitor AOJ helpt om de visie en doelen op de aansluiting onderwijs en zorg te volgen en te monitoren. Zo kunnen de bestuurders, beleidsmakers én professionals volgen of de inspanningen tot de gestelde doelen leiden. Het instrument ondersteunt daarmee de doelen van de landelijke Coalitie Onderwijs-Zorg-Jeugd en sluit aan op het adviesrapport van kwartiermaker René Peeters ‘Mét andere ogen’.

Lieke Salomé, projectleider van de Monitor AOJ namens het Nederlands Jeugdinstituut: ‘De samenwerking en de verbinding van de twee domeinen is nog volop in ontwikkeling. De vertaling van mooie doelen naar de praktijk is weerbarstig. De ene regio is wat verder dan de andere. En door functiewisselingen moeten regio’s vaak ook weer een stap terug zetten. Met de Monitor AOJ willen we samenwerkingsverbanden en gemeenten helpen op een duurzame en effectieve manier samen te werken. Het instrument biedt cijfermatig inzicht voor sturing en verantwoording. De begeleiding van het proces om echt de verbinding te maken en te werken vanuit een gemeenschappelijk kader, blijft voorlopig wel noodzakelijk.’

Naar de Monitor AOJ

’t Baken, school en schoolarts werken samen tegen schoolverzuim

Het aantal leerlingen dat te vroeg de school verlaat is in de regio Stedendriehoek in 2017-2018 gestegen ten opzichte van het schooljaar daarvoor. Bijvoorbeeld doordat meer jongeren kozen voor een baan en daarom hun opleiding niet afmaakten. Het terugdringen van voortijdig schoolverlaten staat in de regio hoog op de agenda. De gemeente Lochem zet daarom in op versterken van samenwerking met basis- en voortgezet onderwijs en in het bijzonder binnen ’t Baken en met de schoolarts.

We zien dat de leerplichtambtenaren in de gemeente Lochem betrokken zijn bij 4% van alle kinderen van 5 tot 18 jaar. Dat kunnen eenvoudige vragen van ouders of scholen zijn, maar ook complexe situaties. Het aantal verzuimende jongeren in de gemeente is ten opzichte van het vorig schooljaar ongeveer gelijk gebleven en ligt op 161 meldingen. Bij ongeveer een kwart daarvan gaat het om herhaald verzuim. Bij verzuimmeldingen die bij de leerplichtambtenaren terechtkomen gaat het vaak om complexe situaties. Dit is een trend die al langer bekend is.
 

Samenwerking codewoord

Wethouder Henk van Zeijts: “De kracht van een goede verzuimaanpak zit ‘m in de samenwerking. Die kan de angel echt uit problemen halen. Vandaar dat de leerplichtambtenaren ook een belangrijke rol hebben in ’t Baken. Zo krijgen we een leerling goed in beeld, niet alleen in de schoolsituatie, maar ook in de gezinssituatie.” Daarnaast werken de Lochemse leerplichtambtenaren nauw samen met de schoolarts en het Staring College in het tegengaan van schoolverzuim. Schoolverzuim kan een dieper liggende oorzaak hebben. Een kind kan bijvoorbeeld zonder dat het bekend is vanwege mantelzorg regelmatig uren verzuimen op school. Of veel buikpijn hebben vanwege een moeilijke thuissituatie. Belangrijk is om het probleem achter het probleem te vinden, zodat een kind op tijd de juiste hulp krijgt. De schoolarts is in staat gezondheidsproblemen bespreekbaar te maken en te duiden. Zo kan als het nodig is sneller worden doorverwezen naar hulp. Maar ook de lijnen met de leerplichtambtenaren zijn kort. Dat kan ernstiger problemen en schoolverlaten voorkomen.
 

RMC-regio Stedendriehoek

In de RMC-regio Stedendriehoek (Regionaal Meld- en Coördinatiepunt) werken de gemeenten Lochem, Brummen, Zutphen, Voorst, Apeldoorn, Epe, Deventer en Olst-Wijhe samen om voortijdig schoolverlaten terug te dringen. De samenwerkende gemeenten in de RMC-regio Stedendriehoek doen elk jaar samen verslag over leerplicht en voortijdig schoolverlaten. In het jaarverslag 2017-2018 (pdf, 316 KB) staan regionale en lokale cijfers.
 
 
Bron: gemeente Lochem
 

Onderwijs en zorg sluiten onvoldoende aan

Het grootste deel van de Nederlandse kinderen vindt zonder hulp de weg in het onderwijs. Het neemt niet weg dat nog 15 procent van de schoolkinderen extra ondersteuning nodig heeft. Voor ruim 200.000 kinderen is maatwerk nodig. Zeven partijen van jeugdhulp en jeugd(gezondheids)zorg willen de kansen voor deze kinderen vergroten. Om dat te bereiken, hebben de ondertekenaars van dit initiatief twee vragen geformuleerd die het politieke debat over deze ‘sociale achterstand’ voeden.

Actiz, GGD GHOR Nederland, GGZ Nederland, Jeugdzorg Nederland, Sociaal Werk Nederland, VOBC en VGN brachten vandaag de urgentie van deze kwestie onder de aandacht door in de Tweede Kamer een petitie aan te bieden, in de vorm van een kleurplaat.

 

Samenwerken

Het Nederlandse onderwijs- en zorgstelsel is weliswaar complex, maar biedt toch ruimte als lokale en regionale driehoeken van gemeenten, onderwijs en zorgaanbieders komen tot een gedeelde visie en ambitie. Er zijn vele goede initiatieven in de regio’s, waarbij de gemeenten, het onderwijs, de zorg en de jeugdhulp goed samenwerken. Voorwaarde is dat alle partijen altijd het belang van het kind voorop stellen en leren van wat al goed gaat. Daarom is bij dit initiatief gekozen voor de metafoor van de kleurplaat. Die is voor een deel al ingekleurd, maar er zijn nog plekken waar kleur ontbreekt… De zeven ondertekenaars van de kleurplaat vinden dat in het VN kinderrechtenverdrag en het VN-verdrag handicap de drie voorwaarden staan die gelijke ontwikkelingskansen voor alle kinderen borgen:

  1. Ieder kind heeft recht op passend onderwijs en passende
    ontwikkelmogelijkheden.
  2. Het belang van het kind staat altijd voorop, systemen zijn daaraan
    ondergeschikt.
  3. Ouders zijn primair verantwoordelijk voor zorg, begeleiding en opvoeding.
    Onderwijs- en zorgprofessionals kunnen altijd een ondersteunende rol
    spelen.

 

Investeren

De voorbeelden van goede samenwerking die er zijn, worden onvoldoende gedeeld en verankerd. De zorg- en jeugdhulppartijen willen dat we in Nederland echt van elkaar leren en ervoor zorgen dat wat werkt ook blijft werken. Daarnaast signaleren de partijen dat personeelstekorten op scholen en in de zorg de mogelijkheden begrenzen om met elkaar stabiele onderwijs-zorgarrangementen te realiseren. Die stabiliteit is hard nodig, want de inzet van onervaren krachten in combinatie met veel personeelswisselingen werkt nu belemmerend. Goede en innovatieve combinaties van onderwijs, zorg en jeugdhulp vragen binnen en over de domeinen heen investeringen in voldoende deskundigheid. De zeven organisaties vragen daarom de Tweede Kamer er bij de ministers van OCW en VWS op aan te dringen om samen te verkennen hoe kennisdeling en -ontwikkeling kan worden gestimuleerd, georganiseerd en gefaciliteerd. Voorts vragen zij te investeren in werving en behoud van (specialistische) deskundigheid van personeel.
 

Petitieaanbieding

De politiek is vandaag gevraagd om symbolisch mee te werken aan de ‘inkleuring’ van het kinderrecht op onderwijs op maat. Vier kinderen, waarvan drie leven met een beperking, de ouders en ondertekenaars nodigden Kamerleden uit om het beeld zo volledig en zo kleurrijk mogelijk te maken.

 

Dokwerk werkt

In de regio Gorinchem is niet geheel een dekkend onderwijsaanbod aanwezig; het speciaal onderwijs voor leerlingen op het niveau van Praktijkonderwijs en VMBO Basis en Kader ontbreekt. Om niet geheel afhankelijk te zijn van andere regio’s, is binnen het Samenwerkingsverband VO 28.14 passend onderwijs Gorinchem e.o het initiatief Dokwerk ontwikkeld.

Het initiatief is ontstaan vanuit het praktijkonderwijs. De regio had veel afstroom van leerlingen van het vmbo naar het praktijkonderwijs en wilde hier iets mee doen. Ze wilden de leerlingen met specifieke ondersteuningsbehoeften ondersteunen en de kans geven toch een vmbo-diploma te halen. Voorheen kwamen ze in een praktijkklas terecht, nu is er Dokwerk.

 

Wat is Dokwerk?

Dokwerk biedt aan kleine groepen leerlingen (maximaal 12 leerlingen) op de praktijkschool, in een eigen lokaal, de vmbo leerstof aan. Ze krijgen wel les op de wijze van de praktijkschool. Het is een veilige omgeving, waarbij bij een eerste kennismaking al het effect op het gedrag van de leerling zichtbaar wordt. De betrokkenen van Dokwerk zijn niet snel onder de indruk. Je mag jezelf zijn. En morgen is een nieuwe dag om te leren als het vandaag niet gaat. Dokwerk biedt de veiligheid van een eigen plek,een  vaste mentor, weinig wisselende docenten, bekende gezichten en in de pauze kunnen leerlingen kiezen of ze naar de aula gaan of apart gaan zitten. Er is veel aandacht voor groepsontwikkeling en de emotionele-psychologische ontwikkeling van de leerling.

De leerlingen blijven twee jaar en stromen in, als het goed gaat, in het tweede of derde jaar van het vmbo. Vaak hebben ze dan al een soort stage gelopen om alvast te wennen. Voor zestig procent van de leerlingen van Dokwerk is het op dit moment een succesvol traject. De ondersteuningsvraag blijft echter wel, dat is niet binnen twee jaar weg. Maar ze weten zich wel staande te houden binnen het vmbo.

Inmiddels is ook een Dokwerk 2 voor de bovenbouw gestart. Hierin worden leerlingen voorbereid op het Entree-examen.

 

Instroom vanuit basisonderwijs

Het signaal en de aanmelding voor Dokwerk, komt vaak van de docent van groep 8 van het basisonderwijs. Vaak is er al een vorm van hulpverlening betrokken. Vanuit het samenwerkingsverband po en vo vinden preventieve besprekingen plaats. Het samenwerkingsverband bekijkt of Dokwerk een passende oplossing is voor de leerling. Ze spreekt met de leerling, ouders en zorgcoördinator van Dokwerk. De leerling loopt soms een week mee met de groep.

 

Docenten voor Dokwerk

Het vinden van passende docenten is nog wel een uitdaging. De groep vereist het nodige van de docent en niet iedereen is daarvoor geschikt. Op dit moment komen de meeste docenten uit het praktijkonderwijs en ze kiezen bewust voor Dokwerk. De werving vanuit het vmbo wordt opgezet.

Mandy Witte, beleidsvormend teamlid van het samenwerkingsverband, werkt onder andere voor  Dokwerk. “Ik ben op zoek naar vergelijkbare initiatieven in het land om ervaringen uit te wisselen. Met name ervaringen met het aantrekken van docenten en het vergroten van de kennis bij vmbo docenten, zodat de aansluiting op het regulier vmbo voor deze groep beter verloopt. Ik zou ook graag met de docenten een soort intervisiegroep op willen zetten. Het is een beetje een vergeten groep in het passend onderwijs. Terwijl ze zo belangrijk zijn.”

 

Samenwerking onderwijs-jeugdhulp

Het samenwerkingsverband is reeds twee jaar bezig om de samenwerking met jeugdhulp op te zetten. Dit is nog niet zo eenvoudig. Dit zit met name in het financiële aspect, en het verstrekken van een beschikking. Dokwerk wil graag een groepsbeschikking, echter alleen individuele beschikkingen worden verstrekt. Witte geeft aan: “Het kan zoveel makkelijker en goedkoper. Het gezamenlijk optrekken lukt nog niet echt, het gaat gepaard met veel besprekingen vooraf. Out of the box denken is moeilijk. Je moet blijven trekken. We hebben nu wel een gemeenschappelijke paragraaf in alle ondersteuningsplannen.”

 

Onderwijsinspectie

De Inspectie van het Onderwijs is akkoord met Dokwerk, maar stelt wel vaak de vraag over de locatie op een praktijkschool. De leerlingen krijgen les op de praktijkschool, en staan formeel ingeschreven op het vmbo. Het samenwerkingsverband kijkt streng naar welke leerling voor Dokwerk in aanmerking komt. Dokwerk is niet bedoeld voor iedereen. Mocht Dokwerk passend zijn, maar de beschikking ontbreekt, dan compenseert het samenwerkingsverband. Voor komend jaar zit de groep al bijna vol, ze kijken naar de mogelijkheden voor een tweede groep.

 

Meer informatie

Geïnteresseerde regio’s mogen contact op nemen met Mandy Witte voor meer informatie over Dokwerk. Ook als u een soortgelijk initiatief of oplossingen heeft en wilt delen.

Stichting Samenwerkingsverband VO Passend Onderwijs (28.14) Gorinchem e.o.
Contact met Mandy Witte: mwitte@swvpasvorm.nl
Over Dokwerk: https://www.denoordhoek.com/onderwijs/dokwerk/

 

Regio Oost Achterhoek tekent convenant

Gemeenten Aalten, Oost-Gelre en Winterswijk, het samenwerkingsverband po Oost Achterhoek en het samenwerkingsverband vo Slinge-Berkel tekenden afgelopen maandag voor een structurele samenwerking op het gebied van (passend) onderwijs en jeugdzorg. Sinds 2013 werkt de regio al met één zorgteam, één aanspreekpunt, en één dossier voor één kind. Ton Edelbroek van het samenwerkingsverband Slinge-Berkel: “Het advies van kwartiermaker René Peeters is hier al actief. Een aanpak die werkt.”

 

Één zorgteam en geen wijkcoaches

In 2011 werd vooruitlopend op de twee nieuwe wetten, door de regio Oost Achterhoek, al gestart met het samenvoegen van passend onderwijs en de jeugdzorg. Toentertijd nog gefinancierd door de provincie Gelderland. In 2013 beginnen ze met een ambulant zorgteam met acht medewerkers, die naar de gezinnen toe gaat. Het team is inmiddels gegroeid naar veertien medewerkers.

De belangrijkste uitgangspunten bij de start van het team waren: een brede aanpak; een digitaal meldpunt; binnen 48 uur contact met het gezin; één dossier; en geen wijkcoaches.

 

Je moet bewegen en samen een visie maken

“In 2013 zijn we gestart met een visie voor het ondersteuningsteam. Het is eigenlijk meer een werkdocument. De tijd verandert, een visie dus ook. Houd het laagdrempelig, simpel en praktisch. Het is een weg van een lange adem. Het vereist lef en doorzettingsvermogen. Je krijgt toch soms veel tegenwerking. Daarom is het team zo belangrijk. Zorg bij de samenstelling van het team wel voor balans in tempo van het team. Maar zet er geen mensen in met een ‘fixed mindset’.

Voor de stabiliteit zijn de afdelingsmanagers van de gemeenten van belang. Daarnaast heb je de betrokken wethouders ook nodig. In het begin was Pieter Dekkers, expert van het ondersteuningsprogramma betrokken. Hij heeft alles goed beschreven en begeleidde het proces. Dit was lang niet altijd gemakkelijk in het begin. Pieter is twee jaar geleden gestopt en wij hebben het voortgezet.”

 

Aandacht voor het team

In de regio wordt gewerkt met één ambulant zorgteam met veertien medewerkers en één teamleider. Een voorwaarde tot deelname in het team is: buiten de geijkte paden kunnen werken. Edelbroek benoemt meerdere malen het belang van de kwaliteit van het team. De medewerkers zijn allemaal hbo geschoold. “Dit niveau is nodig voor een breed gezichtsveld en de complexiteit van de materie. Er is altijd één aanspreekpunt, en heeft de medewerker zelf niet de expertise dan vraagt die hulp van een collega. Maar degene die aanneemt blijft contactpersoon.”

De medewerkers zijn op dit moment in dienst bij de drie gemeenten. Dit gaat straks naar één gemeente. Ze vallen allen nu onder één cao.

 

Resultaten

De regio draait nu vijf jaar met deze aanpak en ze hebben twee evaluaties en een kosten-batenanalyse uitgevoerd. De klanttevredenheid ligt boven de negentig procent. Het aantal doorverwijzingen is door hun vroege en snelle handelen met vijfentwintig procent gedaald.
De financiën blijven binnen de perken en de scholen vinden het fijn dat ze niet hoeven te zoeken. Het onderwijs is nauw betrokken en ze werken gemeenteoverstijgend. Ze hebben vertrouwen in elkaar. In tegenstelling tot andere regio’s en gemeenten werken ze niet met wijkcoaches en houden ze de administratieve last zo laag mogelijk. Er wordt geen tijd geschreven en ze doen ook geen analyses opnieuw.

Edelbroek nodigt geïnteresseerde gemeenten en regio’s uit: “Kom langs en dan leggen we het uit!”

 

Meer informatie

 

 

Verdiepingsochtend Getting It Right For Every Child (GIRFEC)

Het is 6 november volle bak in Nieuwe Koninklijke Harmonie in Tilburg. Zo’n 120 mensen zijn afgekomen op de verdiepingsochtend over Getting It Right For Every Child (GIRFEC), georganiseerd door de gemeente Tilburg en het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). De helft komt uit de Tilburgse regio, de andere helft uit de rest van het land.

Niet opleggen, maar laten groeien

“Hoe maakt u het?”, start Ronnie Hill zijn inleiding over Girfec. Om daarna met een Schotse tongval het publiek mee te nemen in zijn gedrevenheid het juiste te doen voor élk kind. Ronnie is ambassadeur voor Girfec en lid van de directie van the Health and Social Care Alliance Schotland.

Iedereen hetzelfde beeld voor ogen, iedereen spreekt dezelfde taal. Daarnaar streven ze in Schotland. Een van de instrumenten die daarbij gebruikt worden is het “Wellbeing Wheel”, voorlopig in Nederland Kansencirkel genoemd. Gebaseerd op het in Engeland ontwikkelde “every child matters”, maar uitgewerkt en aangevuld in Schotland. Aan de hand van de cirkel kijken betrokkenen hoe ze de kansen voor een kind kunnen verbeteren. Wordt het bijvoorbeeld voldoende gekoesterd? In Schotland noemen ze dat nurtured. “A fancy word for love.”

Ronnie begint met een waarschuwing. Opleggen van het gedachtengoed en de werkwijze van Girfec werkt niet. “Het moet groeien, van onderaf. Als mensen dat willen.” Pas dan kun je verandering bewerkstelligen, van cultuur, van systeem en van praktijk. Girfec gaat om een gezamenlijke focus op kinderen en hun omgeving. Met als doel het best mogelijk leven dat ze kunnen hebben.

Belangrijk uitgangspunt is écht luisteren. Niet voor niets is Girfec gebaseerd op het VN-Kinderrechtenverdrag. “Kinderen hebben het recht iets te zeggen voordat volwassenen over hen beslissen”, zegt Ronnie. Girfec gaat over preventie, over voorkomen dat kleine problemen grote worden. Het gaat over het bevorderen van veerkracht en passende hulp. En het gaat over liefde. Elk kind heeft daar recht op. en elke betrokkenen, kind, ouder, professional in jeugd of het bredere sociale domein draagt daar aan bij.

Verdiepende workshops

Na de inleiding van Ronnie splitst het gezelschap zich op in drieën voor de verdiepende workshops. Eén groep gaat o.l.v. Vivian Jacobs en Chaja Deen aan de slag met een door het NJI samen met het (Tilburgse) veld vertaalde versie van de Kansencirkel. Iedereen die deelneemt wordt enthousiast over de meerwaarde die deze taal kan hebben in de samenwerking met en rond ouders en kinderen. Een van de uitspraken is: er moet minder gemopperd en meer geopperd worden, dus niet klagen over de ander maar zelf initiatief nemen om de samenwerking vlot te trekken.

Ronnie Hill leidt een workshop over hoe je als team gezamenlijk verantwoordelijkheid draagt voor een kind. In groepjes bedenken de deelnemers een fictief kind of jongere. In een gezamenlijke nabespreking van de workshop komt de rol van ouders nadrukkelijk aan bod. Wat als ze het niet eens zijn met de professionals? Ook hier is bruggen bouwen weer het devies. Denk niet dat jij als professional alle wijsheid in pacht hebt. “Plaats jezelf náást de ouders”.

De derde workshop gaat over het toepassen van Girfec in de eigen regio en over de Tilburgse aanpak. Karin Smeets legt een relatie tussen het Schotse model en de Tilburgse Agenda Sociaal 013. Die is gericht op inclusiviteit, het voorkomen dat kwetsbare burgers tussen wal en schip raken. Professionals gingen de stad in en vroegen naar de wensen en zorgen van inwoners. “Het antwoord was dat ze zich gezien, gehoord en gewaardeerd wilden voelen.”

Het is een marathon, geen sprint

De ochtend wordt afgerond door jongeren van de zelforganisatie “Who Cares Scotland”, die een belangrijke inhoudelijke en ook politieke rol spelen in de hervorming van het “care system” in Schotland. (Indicatie hiervan in dit filmpje). Er is al veel verbeterd maar er is ook nog veel te doen; het is een marathon, geen sprint is de conclusie van de ochtend.

Meer informatie

Meer informatie over de doorontwikkeling van het Schotland gedachtegoed voor Nederland bij Vivian Jacobs ( vivianjacobs@planet.nl) en Chaja Deen (c.deen@nji.nl)

Klik hier voor het gehele verslag.