Onder één paraplu: Jeugdzorg, Passend Onderwijs, Participatie en WMO.

In november vond op initiatief van de ‘Associatie voor Jeugd’ een werkbezoek aan Schotland plaats in het kader van oriëntatie op de Jeugdhulp en in het bijzonder op Jeugdhulp in/met het onderwijs.

Zo’n 50 deelnemers gingen verwachtingsvol op reis en kwamen geïnspireerd terug. Een van de deelnemers is Jan Houwing, Directeur Samenwerkingsverband Passend Onderwijs VO Stad Groningen. Jan: “Wat we hebben ervaren is dat Schotland in de praktijk laat zien wat we in Nederland graag willen bereiken: ‘vanuit een gedeelde visie in de maatschappij jongeren begeleiden en ondersteunen op weg naar zelfstandigheid’. Onder de maatschappij wordt verstaan: de centrale overheid in alle domeinen, de lokale overheden, het onderwijs, de Jeugdzorgaanbieders, het onderwijs en vooral ook de jongere en zijn/haar ouders.”

GIRFEC
Volgens Jan Houwing kent iedereen in Schotland de principes die onder het begrip GIRFEC (Getting It Right For Every Child) vallen en handelt er naar. Jan: “Alle deelnemers waren geraakt door diverse ontmoetingen en gingen overtuigd naar huis dat we in Nederland er gezamenlijk hard aan zouden moeten werken om dat ook te bereiken. Persoonlijk had ik het genoegen om een school voor Voortgezet Onderwijs in Edinburgh te bezoeken. De school heeft ca. 900 leerlingen. Daar waar nodig worden die leerlingen niet alleen ondersteund door een team van ca. 90 personen vanuit het onderwijs maar ook door 15 mensen die vanuit de Jeugdhulp integraal dagelijks in de school/in de klas aanwezig waren. Voor mij is dat een ideaalbeeld. In mijn dagelijks werk kom ik nu tegen dat op veel plekken in het onderwijs en ook bij Jeugdhulp een sterke wens leeft om de jongeren gezamenlijk in de school te begeleiden. Het is een uitdaging om af te spreken hoe we dat werkelijk invullen. Maar dat het in harmonie kan, lieten ze daar in Edinburgh zeker al zien.”

Meer informatie over GIRFEC, klik hier. Vergelijkbaar is het concept Child Friendly Cities, dat in meerdere steden in Nederland al wordt gepraktiseerd. Voor meer informatie, klik hier.

Alles-in-één-school: meer dan alléén onderwijs

Vrijdag 24 november jl was de Inspiratie-estafette te gast bij Alles-In-Eén-School de Zuidsprong (AIES) in Enschede. Directeur Ellen Rouwenhorst en bestuurder Marcel Poppink van Consent verwelkomden ruim twintig professionals van scholen, samenwerkingsverbanden en jeugdzorg. Ook waren een wijkcoach, een jongerenwerker en twee wijkagenten vertegenwoordigd. Kortom, een heel divers gezelschap.

Het verhaal AIES begint bij de gemeente Enschede en haar visie op ‘de inclusieve stad’, waar iedereen erbij hoort en meedoet. Juist in de multiculturele wijk Wesselerbrink, met relatief veel multiproblemgezinnen, vindt de gemeente het belangrijk kansen te creëren voor kind én gezin. De basisschool kan daarbij een rol spelen als ze niet alleen een welkome plek biedt aan kinderen, maar ook aan hun ouders en andere buurtbewoners.
En dus is de school open van 8 uur tot 19 uur. Uiteraard volgen de kinderen er overdag hun lessen. Na schooltijd is er huiswerkbegeleiding. Maar er is ook een ‘huiskamer’ waarin buurtbewoners elkaar ontmoeten. Groepen buurtbewoners volgen er taalles, naailes en een schildercursus. Voor kinderen van 0 tot 4 jaar én hun ouders zijn er wekelijks de ‘Beweegkriebels’. Iedere dinsdag is er een logopedist. Op vrijdagmiddag koken kinderen en ouders samen. Ellen: “De Zuidsprong is echt meer dan een school. Je kunt hier op elk moment zomaar binnenlopen en er is volop ruimte om naar elkaars verhalen te luisteren.”

Geen schotten, maar een sluitende aanpak
De inspiratie voor de aanpak van de Zuidsprong komt voort uit diverse bronnen. Een werkbezoek aan het Deense Aarhus sterkte de overtuiging om vooral de nadruk te leggen op preventie en vroege interventie. Ellen: “We willen problemen voor zijn. Heel belangrijk daarbij is ons Alles-in-één-team waarvan onder meer intern begeleider, wijkcoach en wijkverpleegkundige deel uitmaken. Geen schotten meer, maar een sluitende aanpak vanuit een hecht team. Het team is heel zichtbaar in de school, biedt van hieruit ondersteuning aan kinderen en ouders, zeker ook als er problemen in de thuissituatie zijn. We gaan uit van de zelfredzaamheid van bewoners, maar indien nodig organiseert het team passende hulpverlening.” Een tweede uitgangspunt is de Eigen Kracht-aanpak. Ellen: “Deze methode helpt om hulp aan te boren binnen de eigen kring rondom een kind of gezin. Familieleden, buurt en school dragen samen bij aan een oplossing. Er ontstaat ook meer eigenaarschap bij degene die het probleem heeft. Een derde uitgangspunt is het model van positieve gezondheid van Machteld Huber. Zij ziet gezondheid als het vermogen zich aan te passen en zelf de regie te houden.”

Werkenderwijs
De school heeft zo haar inspiratie, haar uitgangspunten maar verder geeft ze blijk van een gezond pragmatisme. Marcel: “We houden niet van blauwdrukdenken. Liever gaan we aan de slag. Werkenderwijs zorgen we dat we inhoud en proces steeds verder ontwikkelen. Uiteraard kom je dan een aantal grijze gebieden tegen, zoals leeftijdsgrenzen en de financiële stromen. Daar moet je het dan op bestuurlijk niveau over hebben.” Zeker is dat de Zuidsprong zich een plek weet te veroveren in de wijk Wesselerbrink. Ellen: “Ons doel is heel eenvoudig: kinderen in staat stellen hun talenten te ontwikkelen. We doen dat met ouders en met een geweldig team. Wanneer we het goed doen? Als we een bijdrage leveren aan het welbevinden van kinderen en hun ouders, maar ook aan het leefklimaat in de wijk, aan meer onderlinge betrokkenheid en tolerantie. In professionele zin als we zorgen voor een sluitend netwerk, met nadruk op vroegsignalering en preventie en samenredzaamheid van mensen zelf.”

 

Verrassend passend 2

Na drie jaar passend onderwijs maken VO-raad, PO-raad, LECSO en NJi gezamenlijk de balans op. In december verschijnt een vervolg op het boek Verrassend Passend: een tweede serie met inspirerende verhalen over de samenwerking tussen professionals uit het (speciaal) onderwijs, jeugdzorg en gemeenten. Samen streven zij hetzelfde na: passend onderwijs voor iedere leerling. Wie interesse heeft in het boek, kan het boek hier alvast bestellen.

 

Frank Willems: ‘Eerst een pilot, dan doorpakken!’

In Den Bosch lopen vele samenwerkingslijnen tussen samenwerkingsverband de Meierij, het onderwijs, gemeente én jeugdorganisaties. Frank Willems is, als een van de drie ondersteuningsmanagers van het de Meierij, mede verantwoordelijk voor de samenwerking in de stad.

Frank: “De stad is opgesplitst in zes grote wijken. In die wijken hebben wij al een aantal jaren een vast Ondersteuningsteam zitten. Het team bestaat uit een orthopedagoog, een wijkcontactpersoon en een aantal professionals met uiteenlopende specialismen. Elke wijk heeft een eigen budget waarmee ze het niveau van basisondersteuning versterken. Binnen de wijk wordt er door de scholen zoveel mogelijk samengewerkt, geleerd en gedeeld. Voor vragen met een specialistischer karakter kunnen ze een beroep doen op het centrale ondersteuningsteam.”

Deze wijkstructuur heeft grote voordelen. Frank: “Professionals kennen elkaar én de wijk goed. Een tijd geleden constateerden ze dat het aantal dyslexie verklaringen hand over hand toenam. Op sommige scholen kreeg 10% van de kinderen dit label opgeplakt, waar het percentage landelijk rond de 3,5 ligt. Ons gevoel was dat de aanpak van dyslexie teveel en te gemakkelijk in de zorg werd gezocht en te weinig in het onderwijs. Er was veel te weinig prikkel om de oplossing juist al in de school te zoeken. We wilden het aantal verklaringen terugbrengen naar reële proporties en tevens inzoomen op preventie en nog beter taal- en leesonderwijs.

In gesprek als ‘kritische vriend’
Bij dit soort signaleringen starten de partners bij voorkeur met een pilot. Frank: “Wij willen aan de slag. We gingen in overleg met de mensen van het Wmo-Loket, we gingen in gesprek met het onderwijs, niet vanuit de houding ‘we vertellen je wel even hoe het zit’, maar als kritische vriend. We namen de tijd om informatie te geven en tools aan te reiken die de scholen helpen om het leesonderwijs te verbeteren. Inmiddels werken we met `het dyslexieteam` binnen de gehele regio van de Meierij en hebben we het aantal dyslexie-aanvragen aanzienlijk weten te verminderen.

Vliegende brigades.
Ook bijna een jaar loopt de pilot ‘ De vliegende brigade’, Dit is een multidisciplinair team dat, via de kind bespreking, ondersteuning biedt aan de professionals van kinderopvang, peuterarrangementen en buitenschoolse opvang. De Vliegende Brigade kan worden ingeschakeld bij hulpvragen op het gebied van ontwikkeling, gedrag en pedagogisch handelen. In het team zitten medewerkers vanuit het SWV en de voorschoolse voorzieningen. Frank Willems: “We willen er zo snel mogelijk bij zijn, al vanaf het moment dat kinderen naar de voorschoolse opvang gaan. We merkten dat pedagogisch medewerkers met vragen zitten over bijvoorbeeld het gedrag van kinderen en over het pedagogisch handelen. Ze zien afwijkend gedrag maar vragen zich af of dat veroorzaakt wordt door een ontwikkelingsprobleem of door het pedagogisch klimaat in het gezin.”

Bij een vraag; direct contact met deskundige
De ervaringen in dit eerste jaar zijn positief. Bij een vraag kan de pedagogisch medewerker direct zelf contact opnemen met de vliegende brigade. Dat team geeft informatie en advies. Soms leidt het door naar nadere screening, kortdurende behandeling of naar diagnostiek en behandeling in een orthopedagogisch kindercentrum. Het vliegende brigadeteam is nu nog te bereiken via een telefonische helpdesk. Per 1 februari maakt het onderdeel uit van de ondersteuningsteams voor de wijken. Pedagogisch medewerkers geven aan blij te zijn met deze opzet. Zij bepalen zelf wanneer ze een deskundige erbij willen halen. Die deskundige is er dan ook nog diezelfde week, mét informatie, mét tools.”
De aanpak werkt handelingsgericht. De pedagogisch medewerkers kunnen informatie en methodieken meteen meenemen in hun werk. De Meierij is ervan overtuigd dat deze pilot zorgt dat meer van deze jonge kinderen straks naar het regulier onderwijs gaan. Frank: “Wij gaan voor thuisnabij passend regulier onderwijs. In dit geval verschuiven we onze aandacht iets naar voren, naar het jonge kind dat de stap naar het regulier onderwijs nog moet maken. Maar juist hier kunnen we vroeg signaleren én ondersteunen. Het is mooi dat dat op deze leeftijd heel goed gaat in overleg met de ouders.”

Financiering
Een punt van aandacht is nog wel de financiering. De Meierij investeert zelf geld in deze pilot. Frank: “Wij krijgen voor ons werk voor deze jonge kinderen geen budget. Als we doorgaan, willen we graag dat gemeenten en jeugdhulporganisaties ook financieel meedoen. We zijn er groot voorstander van om één budget te creëren voor gezamenlijke, integrale arrangementen. Dat moet aan de goede tafel besproken worden, met de gemeente en met zorgaanbieders dus. De professionals in de wijk moeten daar niet mee bezig zijn, die krijgen van ons alle ruimte om voor de inhoud te gaan.”

 

Ruimte voor professionals Buurtzorg Jong

Vanaf het moment dat de transities Jeugd en Passend onderwijs van start gingen, had de gemeente Zaltbommel de vurige wens om het werkveld wezenlijk anders te organiseren. Kern hierbij is: goede professionals bij elkaar brengen die alle ruimte hebben om hun energie en expertise volledig te richten op de vraag van jongeren en gezinnen.

Beleidsadviseur Johan Rijcken was een van de drijvende krachten om deze visie binnen de gemeentelijke organisatie én het werkveld neer te zetten. Johan: “Ik kom uit een echt zorgnest met een moeder die als wijkverpleegkundige alle zorg gaf, van kraamzorg tot stervensbegeleiding! Zelf ben ik ook begonnen als verpleger, later werkte ik als onderzoeker jeugd bij TNO. Die bagage komt mij heel erg van pas in mijn huidige werk. Het allerbelangrijkste wat we hier bestuurlijk voor ogen hebben: we hebben € 1,5 miljoen vrijgemaakt voor jeugd, dat geld moet in de ondersteuning zitten, niet in de overhead!”

Een inmiddels beproefde werkvorm die daar goed bij aansluit, is Buurtzorg. Johan: “Zeker. Voor ons is dat Buurtzorg Jong geworden. Dat concept werkt en spreekt ons hier enorm aan. Echte professionals die samen vanuit hun expertise aan de slag gaan met de vragen van jongeren, van gezinnen, maar ook vanuit scholen. Dat team wilden wij alle ruimte geven om vanuit hun professionaliteit die vragen op te pakken. Als ik zeg alle ruimte, dan bedoel ik dat zij inhoudelijk bepalen wat ze doen en hoe lang een traject moet duren. Ook of doorverwijzing nodig is naar 2e of 3e lijn. Als zij het inhoudelijk nodig vinden, zorgen wij dat de noodzakelijke beschikking er ook komt!”

Het is een benadering die tot voorspelbare scepsis leidt. Johan: “Ja, het is logisch dat mensen vragen stellen. Hoe borg je kwaliteit? Hoe bewaak je de financiën? Laat ik met de kwaliteit beginnen. In het lokale team werken niet zo maar professionals. We eisen minimaal HBO-niveau, we willen dat ze lid zijn van hun beroepsvereniging, we verwachten dat gebruik wordt gemaakt van evidence based methodieken, we willen dat iedereen SKJ geregistreerd is en werkt vanuit o.a. Triple P. We willen geen generalisten, maar specialisten die elkaar opzoeken en versterken. Het team is samengesteld uit orthopedagogen, gz-psychologen, jongerenwerkers, opvoedondersteuners. De financiële kant hebben we geborgd door als gemeente Zaltbommel zelf specialistische zorg in te kopen. Hierdoor hebben we zelf inzicht en kunnen we snel inspelen op veranderingen.”

Samenwerking met onderwijs
Gezien het belang van scholen als vind- én werkplaats werken gemeente Zaltbommel en het Samenwerkingsverband de Meierij nauw samen. Johan: “Op dit punt is het belangrijk dat we de verschillende expertises én financieringsstromen bij elkaar brengen. De Meierij is daarin voor ons heel belangrijk. Zij hebben expertise en ook middelen om ondersteuning in de school te organiseren.” Wiggert Jan van Wijngaarden, Manager ondersteuningseenheid Noord van SWV PO de Meierij: “De school zit aan de voorkant, daar kun je heel veel doen om te voorkomen dat kinderen naar het speciaal onderwijs moeten of een beroep moeten doen op dure, specialistische zorg. Wij beschikken over een team met diverse expertises die ingezet worden in de scholen. Daar waar ook jeugdzorg betrokken is, werken we samen met Buurtzorg Jong. Door deze integrale benadering, waarbij naast bundeling van expertise ook onderwijs-zorg arrangementen gecreëerd worden, is het nog beter mogelijk om thuisnabij passend onderwijs te realiseren.”

Johan: “Scholen hebben een grote stem in hoe ze de betrokkenheid van medewerkers van Buurzorg Jong op school willen organiseren. De ene school wil een wekelijks spreekuur. De ander wil dat we invliegen als er een actuele vraag is. In de hele benadering gaat het in eerste instantie om het kind en de ouders. Maar we proberen ook de leerkrachten mee te nemen in het anders, vooral breder kijken naar oplossingen. Elke basisschool heeft een vaste contactpersoon.”

Investeren aan de voorkant loont
De gemeente ziet dat de investeringen aan de voorkant lonen. Johan: “Zeker, dat is onze overtuiging. We proberen voor onze gemeente en onze bewoners de meest effectieve aanpak te organiseren. Specifiek voor Zaltbommel valt op dat er een toename is in het aantal vechtscheidingen. Onze professionals vragen we vooral te focussen op de onderliggende problematiek. Een ander issue is dat we zien dat het gebruik van genotsmiddelen onder jongeren toeneemt, althans we krijgen het veel scherper in beeld. Als we deze issues aan de voorkant aanpakken, zorgen we voor passende zorg dichtbij en voor de lange termijn voorkomen we hoge zorgkosten. We nemen onze raadsleden zoveel mogelijk mee in deze aanpak. Natuurlijk ook met cijfers, maar veel liever laten we ze de verhalen achter de cijfers zien. Welke vragen leven er onder jongeren? Die vragen, die willen we aanpakken. Eind van dit jaar start Buurtzorg Jong zelf een jongerenhuisvesting voor 18+ die niet zelfstandig kunnen wonen. Daar is vraag naar, dus pakken we dat op!”

De gemeente Zaltbommel telt ca 28.000 inwoners. In de leeftijdsgroep 0-23 jaar zijn er ongeveer 7000 kinderen en jongeren. Bekijk het filmpje over Buurtzorg Jong.

 

Van 0 tot later als ik groot ben

In het online magazine ‘Van Nul tot later als ik groot ben’ staan 15 inspirerende praktijkverhalen over jeugdhulp en preventie. Ieder verhaal met een andere omvang en benadering, maar in alle gevallen spat de energie er van af. Steeds ook is de intentie: zorgen dat ieder kind zich optimaal kan ontwikkelen. Klik hier voor het online magazine.

Geslaagde Voor de Jeugd Dag!

De Voor de Jeugd Dag in de Westergasfabriek was op 6 november voor de vijfde keer weer een prachtig trefpunt voor organisaties en professionals die voor en met jeugd werken. Liefst 1500 deelnemers konden kiezen uit meer dan 80 workshops en 33 informatiekramen op het Jeugdplein. Voor een terugblik, klik hier.

De Werkagenda Onderwijs-Jeugd was aanwezig op het Jeugdplein en ging met bezoekers in gesprek over de vraag hoe het in hún regio staat met de verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp. Regio’s kennen hierin hun eigen dynamiek. Professionals van jeugdteams én onderwijs werken steeds vaker samen zo bleek uit de verhalen. Ze ervaren de samenwerking over de hele linie als een verrijking. Winst is er zeker nog wel te halen, op alle niveaus (uitvoeren, beleidsmatig, bestuurlijk). Interessant is dat we enerzijds horen dat er behoefte is aan meer cijfermatige onderbouwing van de regionale problematiek. Tegelijk klinkt de waarschuwing door dat cijfers niet zaligmakend zijn. Het gaat vooral ook om visie, een gedeelde ambitie én de drive om het kind echt centraal te zetten.

Tobi (7) krijgt het beste van twee scholen

De 7-jarige Tobi uit het Brabantse Gemert zit als gevolg van een cerebrale parese in een rolstoel. Hij gaat al enkele jaren naar Mytylschool Eindhoven. Op dit moment zit hij in groep 4. Hij is er goed op zijn plek, krijgt er het onderwijs én de zorg die hij nodig heeft. Het leren gaat goed, al zijn rekenen en puzzelen niet zijn sterkste vakken.

Kim Dado, moeder van Tobi, was vanaf het begin zeer tevreden over de Mytylschool. Één wens had ze wel: dat Tobi wat meer vriendjes en vriendinnetjes kon maken in zijn eigen buurt. Toen Tobi drie jaar geleden niet meer vier maar vijf dagen naar school mocht, dacht ze: ‘wat zou het mooi zijn als hij die extra dag naar een reguliere school hier in de buurt kan’.

In die buurt ligt Kindcentrum Samenstroom, waar directeur Erik Verhoeven heel welwillend stond tegenover het verzoek of Tobi één dagdeel op zijn school mocht meedraaien. Erik: “Ons team zei meteen ja tegen dit verzoek. Kim heeft hier zelf als kind op school gezeten. Iedereen in de buurt kent Tobi, natuurlijk ook vanwege zijn rolstoel, maar vooral omdat het een heel sociale jongen is. Zelf heb ik lang gewerkt in het speciaal basisonderwijs, als Intern Begeleider en als directeur. Wat je vooral wilt, is dat een kind op zijn plek is, dat je het als het ware ziet opbloeien. De specifieke problemen die Tobi kent, lossen we waar mogelijk op, samen met zijn moeder.”

Wat Tobi aan extra ondersteuning nodigt heeft op zijn ‘Samenstroom-dag’ is met name persoonlijke verzorging. Die verzorging regelt Kim zelf. Ze zorgt dat ze iedere woensdag thuis is. Heeft Tobi hulp nodig, dan is ze binnen 5 minuten op school. Erik: “Voor ons is dat wel belangrijk. De leerkracht van groep 4 kan onmogelijk 29 kinderen alleen laten om Tobi naar het toilet te helpen. Maar Kim helpt en er zijn zelfs andere ouders die helpen als het nodig is. Onze leerkrachten hebben hem er graag bij, ze geloven heilig in inclusief onderwijs. Onze school heeft al enkele leerlingen uit Cluster 2 ; we weten wel hoe we hier mee om moeten gaan. We bekijken ieder jaar weer per leerling of het ons lukt. Met Tobi gaat het heel goed. Hij kan behoorlijk mee qua leren, in sociaal opzicht gaat het ook goed. Hij wordt zelfs al voor verjaardagsfeestjes uitgenodigd. Wat wil je nog meer?”

Behoefte aan goede spelregels

Formeel is het zo geregeld dat Tobi op de Samenstroom gastleerling is. Erik Wissink, coördinator van het samenwerkingsverband, speelde een belangrijke rol bij het creëren van deze oplossing. Erik: “Formele aspecten van dit soort situaties, zoals financiële stromen en overleg over de leerdoelstellingen, mogen wat mij betreft landelijk nog beter geregeld worden. Maar de wens van het kind en van de moeder stonden bij ons op één. In gewone mensentaal, Tobi wil heel graag vriendjes maken in zijn eigen buurt. Dat is al lastig als je in een rolstoel zit, maar zeker als je iedere dag ver van je woonplaats naar school gaat. De vraag om één dagdeel in de eigen wijk naar school te gaan, is in wezen een vraag waar we gemakkelijk een passende oplossing voor konden bieden, mede dankzij het team van de Samenstroom. We hopen dat we het op termijn voor Tobi ook structureel goed kunnen regelen. Goede landelijke spelregels tussen Mytylschool en reguliere school helpen daarbij. Wat in dit geval ook gaat helpen, is een budget voor de verzorging van Tobi. Een verzoek daarvoor ligt op dit moment bij de gemeente Gemert-Bakel. Tobi krijgt het beste van twee scholen. Beter passend krijg je het niet!”

 

New KID on the block?

In Rotterdam loopt nu iets meer dan een jaar een boeiende pilot: KID, voluit Kleuters In Delfshaven. KID is bedoeld om laagdrempelig, preventief en snel adequate ondersteuning te bieden aan leerkrachten en (beginnende) kleuters met hun ouders op 8 basisscholen in de wijk Delfshaven.

KID richt zich op kleuters die, nog aan het begin van hun schoolloopbaan in het reguliere onderwijs, wat meer (begeleiding) nodig hebben. Het gedrag van het kind en de (re)actie van de leerkracht hierop vormen het vertrekpunt van KID. Met KID krijgen de leerkracht en het kind (gezin) specifieke ondersteuning bij onderwijsbehoeften. Zo wordt de kans groter dat het kind blijft gedijen in het reguliere onderwijs en dat gezinnen ook vroegtijdig weten wat nodig is aan ondersteuning van hun kind.

Snel en preventief

KID zet vooral in op preventie en vroegsignalering. Als er een vraag is, krijgen de leerkrachten, kinderen én hun ouders begeleiding van een KID-team. Dit team bestaat uit een jeugdzorgmedewerker, een leerkracht en een ambulant begeleider. Kernvragen zijn: Wat heeft het kind nodig? Hoe kunnen we dat samen realiseren? Wat is wenselijk en haalbaar? De preventieve, snelle aanpak wordt erg gewaardeerd door de betrokken scholen. In de periode oktober 2016 t/m september 2017 zijn 56 kinderen en hun leerkrachten ondersteund door KID. Het merendeel van de trajecten is succesvol afgerond, wat inhoudt dat de leerkracht verder kan met de suggesties of dat een traject naar intensievere hulp is versneld.

Op vrijdag 27 oktober is de Inspiratie-Estafette te gast in Rotterdam. Deze bijeenkomst is al vol, maar uiteraard zullen wij op www.onderwijsjeugd.nl uitgebreid verslag doen. Bekijk hier het filmpje over het KID-project.

Jeugdplan en ondersteuningsplan in één

Veel samenwerkingsverbanden zijn op dit moment bezig met hun nieuwe ondersteuningsplan. Tegelijk werken gemeenten aan hun nieuwe jeugdplan. Op Goeree-Overflakkee gaan gemeente en samenwerkingsverband voor één integraal plan. Wethouder Gerrit de Jong en Henk van Putten van het samenwerkingsverband vertellen waarom én hoe ze dat doen.

Gerrit de Jong is wethouder Maatschappelijke Zaken. Hij spreekt in deze ook namens zijn collega-wethouder Frans Tollenaar die Onderwijs in zijn portefeuille heeft. Gerrit: “Als wethouder voor zorg vond ik het altijd al heel belangrijk dat jeugdhulp de aansluiting zoekt met het onderwijs. Scholen zijn immers belangrijke vindplaatsen. Tijdens een studiereis naar Zweden raakten we ervan overtuigd dat gemeente, onderwijs en jeugdhulp nog meer samen moeten optrekken. In ieder geval willen we gaan voor één plan, waarin we de ondersteuning en jeugdhulp integraal regelen. Als het ergens kan, is het hier in de gemeente Goeree-Overflakkee.”

Als het ergens kan, is het hier!
Henk van Putten onderschrijft die mening: “We hebben hier een unieke situatie. Één werkorganisatie voor de beide samenwerkingsverbanden passend onderwijs PO en VO. Ons werkgebied valt exact samen met de grenzen van de gemeente Goeree-Overflakkee. Dat is uniek in Nederland. We vormen al een tijdje één team, dat voor alle 33 basisscholen en 3 voortgezet onderwijs scholen werkt. Het is met name ideaal om invulling te geven aan doorlopende ontwikkelingslijnen.”

Zelfredzaam waar mogelijk
De eigenheid van het gebied, een eiland, brengt zowel voor- als nadelen. Henk: “Het integraal plan zal een antwoord moeten bieden op de specifieke kenmerken en uitdagingen van ons gebied. Sinds 2013 zijn we één gemeente met 14 dorpskernen die het voorzieningenniveau op peil willen houden. Vrijwel iedere kern telt een protestantse en een openbare school. Een aantal dorpskernen heeft ook nog een katholieke school. We hebben op dit moment twee SBO scholen. Om op termijn kwaliteit en spreiding in dekkend aanbod te kunnen garanderen zal er meer moeten worden samengewerkt. Verborgen armoede en alcohol en drugs zijn voorbeelden van thema’s waar gemeente en onderwijs een passend antwoord op willen hebben. De grote kracht van dit gebied is dat het de kenmerkende mentaliteit van een eiland heeft. We willen zoveel mogelijk zelfredzaam zijn, doen niet vanzelf een beroep op ‘de overkant’.” Wethouder Gerrit de Jong ziet die mentaliteit vooral als een kans: “Die mentaliteit zie je in alles terug. Huisartsen die niet meteen doorschakelen naar ggz-zorg maar liever eerst de lokale ‘poort’ inschakelen. Maar let wel; als specialistische zorg nodig is, kopen we die in. Daarvoor werken we samen met 15 gemeenten in de regio Rotterdam-Rijnmond.”

Snel, dichtbij en kostenefficiënt.
Op dit moment wordt er flink doorgepakt in het ontwikkelen van de nieuwe aanpak. Wethouder de Jong wil het plan begin 2018 laten vaststellen in de gemeenteraad: “De visie is duidelijk: een integrale blik vanuit onderwijs en jeugdhulp gaat zorgen dat we problemen vroegtijdig signaleren én oplossen. Snel, dichtbij en kostenefficiënt. Laat ik een voorbeeld noemen: als wij in de toegang een gedragswetenschapper nodig hebben om bijvoorbeeld een jongere te observeren en advies te geven, dan maken we gebruik van het samenwerkingsverband. Zij hebben gedragswetenschappers in dienst, die kunnen in de schoolsituatie hun observatie doen en advies geven over eventuele aanvullende zorg. We willen toegroeien naar één breed loket voor passend onderwijs, jeugdhulp maar ook zorg. Onderwijscoaches, gedragswetenschappers en jeugdarts werken daar nauw samen. Deel van onze visie is ook: niet problematiseren, maar kijken naar mogelijkheden. Laten we eens ophouden met ieder kind zo snel mogelijk een etiket op te plakken. Doe je dat eenmaal, dan zit er al bijna automatisch een intensief én dus duur traject aan vast. Dat willen wij graag voor zijn, door veel aandacht te geven aan preventie en vroegsignalering.”

Onderwijs en jeugdhulp kunnen van elkaar leren
Los van de inhoud van het nieuwe plan, levert ook het proces belangrijke inzichten op. Henk: “In het onderwijs op Goeree-Overflakkee spelen identiteitsverschillen een belangrijke rol. Op sommige momenten kan de samenwerking hierdoor onder druk komen te staan terwijl we het op inhoud met elkaar eens zijn. Nu we met jeugdhulp en zorg aan tafel zitten, merk je dat daar de identiteitsdiscussie veel minder speelt. Dat geeft over en weer nieuwe inzichten. Heel simpel: we hebben elkaar hard nodig! Passend onderwijs is passende ondersteuning is passende zorg. Op dit moment voeren we aan de hand van een Ontwikkelmatrix goede inhoudelijke gesprekken. We formuleren ambities, maken verbindingen tussen onderwijs en jeugdhulp. Mensen leren elkaar kennen en trekken steeds vaker samen op. Je merkt dat professionals een gezamenlijke taal ontwikkelen. Niet onbelangrijk om verder te komen: de wethouders maken zich ondertussen sterk om te zorgen dat we straks in één pand komen te zitten.”

Hamvraag is natuurlijk op welke punten het nieuwe integrale plan afwijkt van het eerste ondersteuningsplan. Henk: “Het eerste plan was heel beschrijvend, er stond geen woord verkeerd in maar het was wel heel veilig en braaf. Het nieuwe plan gaat veel dieper in op de inhoud én op de interprofessionele samenwerking en het partnerschap met ouders. We maken nu echt keuzes.”