Column: Bestuurlijk leiderschap maakt het verschil in de regio

Eind januari 2018 verscheen de eerste evaluatie van de Jeugdwet. Deze evaluatie bevestigt nog eens dat de schotten tussen de stelsels moeten geslecht om kinderen en gezinnen integraal en op maat ondersteuning te bieden. Er is nog veel werk te verzetten. Gemeenten hebben veel mogelijkheden om verbinding maken tussen de Jeugdwet, Wmo, Participatie, JGZ en preventie. Waar ze minder directe zeggenschap over hebben is de verbinding tussen jeugdbeleid en onderwijs. Dat vraagt samenwerking tussen besturen van gemeenten en onderwijs.

Het is nu ruim drie jaar na invoering van de Wet Passend Onderwijs en de Jeugdwet en in het hele land zien we die samenwerking van de grond komen. De noodzaak daarvan staat niet meer ter discussie, de weerbarstige praktijk wel. Ga er maar eens aan staan als wethouder, directeur van een samenwerkingsverband of schoolbestuurder. Alleen al die lappendeken aan niet samenvallende jeugdhulpregio’s en samenwerkingsverbanden of soms tegenstrijdig werkende financiële prikkels. Zet wat bestuurders en professionals van gemeenten, jeugdhulpverleners en onderwijs bij elkaar en ze vertellen moeiteloos wat je allemaal aan de achterkant moet regelen, of aan regels moet omzeilen, om aan de voorkant te doen wat zij, de ouders hun kinderen toch gewoon het meest logisch en verstandig vinden. Velen proberen zo ver te gaan als ze kunnen. Lang niet altijd levert dat het beste resultaat op, dat is frustrerend. Beleidsmaker roepen soms iets te makkelijk dat professionals stelselproblemen best kunnen oplossen in de praktijk en prediken dan ‘ruimte voor professionals’ en ‘maatwerk voor de burger’. Zo simpel is het vaak niet.

Gelukkig zie ik steeds meer lokale bestuurders, van gemeenten en in het onderwijs, die dit dilemma onder ogen zien. En die vervolgens niet hun levenswerk maken van het bestrijden van regelgeving van een hogere macht maar op zoek gaan naar waar zij zelf, voor hun professionals en uiteindelijk voor hun gezinnen en kinderen, het verschil kunnen maken. Het type leiders die snappen wanneer een vraagstuk complex is en om een ingrijpende verandering vraagt. Die anderen weten te inspireren en te motiveren om een betekenisvolle verandering in gang te zetten, zonder dat er allerlei zekerheden zijn en de eindsituatie duidelijk is.

Samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp blijkt succesvol te kunnen zijn als bestuurders van gemeenten en onderwijs samen besluiten dat het resultaat voor kind en gezin telt en elk daar een bijdrage aan heeft te leveren; als zij financiële risico’s niet aan de voorkant willen uitonderhandelen maar samen durven te vertrouwen op het resultaat van onderbouwde onderwijs-zorgconcepten; als elk van hen bereid is te leren van casuïstiek en gebleken belemmerende bureaucratie in de eigen organisatie aan te pakken; als zij uitdragen dat het niet gaat om wijkgericht werken óf schoolgericht werken maar om een juiste combinatie ongeacht waar de school staat; als zij samen aan inspecties komen uitleggen dat een bepaalde werkwijze die aansluit bij wat een kind nodig heeft beter is dan het suboptimaal kleuren binnen de lijntjes; als de wethouder de jeugdhulpverlener ruimte geeft om op scholen te doen wat het beste is voor iedereen; als wij en zij niet meer bestaan en alleen dat ene kind met zijn of haar ongedeelde leven telt. Onderbouw dat ook nog eens met gezamenlijke monitoring, kennis en leerprocessen en dan kan ineens heel veel.

Rutger Hageraats is directeur bij het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) en nauw betrokken bij de werkagenda.