Ik kom naar je toe!

Jordy is negentien jaar, en hij werd onlangs met het halen van zijn rijbewijs, weer geconfronteerd met het etiket dat hij jaren geleden opgeplakt kreeg van de instanties. Hij moet zich altijd bewijzen wat hij wel en niet kan. En dit omdat instanties hem niet persoonlijk vroegen hoe het met hem ging en gaat. Een voorbeeld uit de praktijk, daarmee start de bijeenkomst ‘Ik kom naar je toe’ op woensdag 3 oktober bij het Hengeveld college in Zwolle.

Onderwijsconsulent en expert van het ondersteuningsprogramma De verbinding onderwijs – jeugdhulp Bert Klaassen heeft zijn vrienden in Zwolle uitgenodigd. Tijdens een goedbezochte bijeenkomst zijn de ‘Vrienden van Bert’ bijeen om kennis te delen en verandering in gang te zetten. “Want als we iedereen samenbrengen, de vrienden van Bert, dan zouden we wel eens mooie dingen kunnen doen.” En dat was de opdracht voor deze middag, het maken van een bewegingsconstructie, waarmee de aanwezigen concreet aan de slag gaan. Op 27 maart volgend jaar wordt het bereikte resultaat opgehaald.

De menselijke maat

Tijdens de middag maakt het verhaal van Jordy een hoop los. Zijn verhaal is kenmerkend voor de ervaringen van veel kinderen. En ondanks dat hij ziet dat de bedoelingen van de betrokkenen goed zijn, miste hij met name het menselijke in het contact. “Gewoon iemand die aardig tegen hem is.” De bureaucratie met alle formulieren heeft de overhand genomen. Jordy heeft een doos vol dossiers. Hij vraagt zich hardop af waarom en wie ziet erop toe wat ermee gebeurt? Ook hebben alle regels en afspraken hem de mogelijkheid tot het hebben van vriendjes ontnomen. Op latere leeftijd kreeg hij pas de kans om een sociaal leven op te bouwen.

Hoe kan het anders, en hoe kan het beter, dat zijn de vragen die Klaassen in alles drijft. Tijdens de bijeenkomst spreken zes professionals uit het veld onderwijs en jeugdhulp. Ze reageren op het verhaal van Jordy en zetten in korte bewoording neer wat er anders kan. Toewerken naar dezelfde taal, sneller aan de slag met de jongere, beter luisteren naar zowel kind als ouder, één verantwoordelijke met budget en toezicht, het zijn een paar van de suggesties die worden gedaan.
 

“De route naar school ging niet alleen maar over de weg, maar ook over water. Echter stond het benodigde pontje niet in de verordening van de gemeente. Het kon daarom aanvankelijk niet betaald worden door de gemeente als onderdeel van het leerlingenvervoer.”

 

Mag het een pontje meer zijn?

Klaassen vraagt aan zijn vrienden om opvallendheden en wat ze belangrijk vinden in de aanbevelingen van de sprekers op te schrijven. Al snel blijkt dat de labels die gehangen worden aan een kind een negatieve uitwerking hebben. Het moet gaan om de persoonsontwikkeling van het kind. En betrek het kind bij de oplossing en het besluit. En als je het kind kent, dan heb je misschien geen diagnose nodig, concluderen de aanwezigen.

Dat er nog veel te doen is om ieder kind zijn of haar talenten te laten ontwikkelen, dat was heel duidelijk na deze middag. Waarbij ‘echte’ aandacht voor het kind nu nog vaak ontbreekt door tijd, cultuur, en afstemming. Mag het alsjeblieft een pondje meer zijn?