Professionals formuleren samen ambities 2018-2022

In de regio Helmond-Peelland gingen de afgelopen maanden tientallen professionals en bestuurders uit onderwijs, jeugdhulp en gemeente met elkaar in gesprek over het nieuwe Ondersteuningsplan 2018-2022. Erik Wissink, Coördinator van het samenwerkingsverband PO, legt uit waarom. Erik: “De transities jeugd en passend onderwijs zijn nu ruim drie jaar onderweg. We voelden in brede zin de behoefte om voor de komende planperiode met elkaar uit te wisselen hoe het nu loopt, maar vooral waar het beter en efficiënter kan. We laten daarbij de ervaring van professionals uit onderwijs en jeugdhulp zwaar mee wegen.”
Helmond-Peelland organiseerde daarvoor een aantal consultatiegesprekken.

Erik: “Veel thema’s kwamen voorbij. Maar de belangrijkste waren het dekkend ondersteuningsaanbod, de zorgarrangementen en de samenwerking met alle partners. In onze regio trekken samenwerkingsverband en de gemeenten al actief samen op. We werken daarbij vanuit een gezamenlijk denkkader van pedagogisch partnerschap: met de driehoek van ouders, scholen en gemeenten werken we aan optimale omstandigheden voor kinderen om op te groeien en te ontwikkelen. We zetten in op preventie, een sterke doorgaande lijn en het slechten van schotten in het ontwikkelen van integrale onderwijszorgarrangementen.”

1.Momentum voor preventie
Alle deelnemende professionals lijken het erover eens te zijn dat preventie dé sleutel is voor het creëren van een veilige doorgaande ontwikkelingslijn voor kinderen. Erik: “Juist op dat gebied kunnen onderwijs en gemeenten het verschil maken. Als stevige deskundigheid laagdrempelig beschikbaar is in de scholen, voorkomen we dat ouders en school onnodig blijven ‘doorworstelen’, waardoor leerlingen uiteindelijk verwezen moeten worden of zelfs thuis komen te zitten. In de consultatiegesprekken bleek heel veel draagvlak om op het gebied van preventie nog flinke stappen te zetten. De komende planperiode is de vraag aan gemeenten en samenwerkingsverband nog meer te denken en werken vanuit eenzelfde visie op kindontwikkeling. Samen moeten we ook overlap in aanbod zien te voorkomen, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van een actuele sociale kaart van ondersteuningsaanbod. Inzetten op preventie vraagt om significante investeringen aan de vóórkant terwijl je vaak pas na enkele jaren het effect duidelijk gaat zien. Wetenschappelijk onderzoek laat echter zien dat het werkt!”

Een belemmering om écht preventief te werken is soms de privacy. Verschillende partijen rondom een kind zijn soms niet in staat om snel de juiste informatie met elkaar te delen. Privacywetgeving verhindert dit. Ouders gebruiken privacywetgeving soms om hun kind ‘met een schone lei’ op school aan te melden, waardoor de school soms niet over essentiële informatie kan beschikken voor het vormgeven van passende ondersteuning. Betere kennis over privacywetgeving, en de handelingsvrijheid daarbinnen, is noodzakelijk.

2.Pedagogisch partnerschap en samen arrangeren
Een tweede thema was pedagogisch partnerschap. Erik: “Het impliceert de onvoorwaardelijke verbinding tussen ouders, school en ketenpartners ten behoeve van de ontwikkeling van een leerling. De school is daarbij vindplaats én werkplaats. Om deze verbinding vorm te geven, is het in de eerste plaats van belang dat er op iedere school een gemakkelijk toegankelijk aanbod van ondersteuning is. De jeugdhulpprofessional is een vast en vertrouwd persoon binnen de school, die de preventieve schakel vormt voor opvoed- en opgroeivraagstukken en het eerste aanspreekpunt is voor ouders met opvoed- en opgroeivragen. Vanuit het uitgangspunt van pedagogisch partnerschap vragen we ook van ouders een actieve bijdrage bij het vroeg signaleren en het ontwikkelen van een oplossing. Zo versterken school en ouders elkaar. Voor ouders moet het mogelijk zijn om op school een hulpvraag te stellen die betrekking heeft op thuis. Waar we van af willen, is dubbele diagnostiek of dubbele formulieren en dossiers. Ouders hoeven niet twee keer hetzelfde verhaal te doen. Bij complexe casuïstiek is een volgsysteem van groot belang. Als meerdere partijen betrokken zijn, moeten afspraken te controleren en te monitoren zijn. Wat in onze gesprekken ook naar boven kwam, is de brede behoefte dat de doorzettingsmacht van jeugdzorg beter geregeld wordt, vergelijkbaar als bij de samenwerkingsverbanden. Anders blijf je schuiven.”

3.OZA
Het derde thema is de ontwikkeling van écht integrale arrangementen. Erik: “Het is tijd dat de expertise van onderwijs en jeugdhulpverlening rondom een kind kan ‘samen smelten’. Je voelt dat het momentum hiervoor aanwezig is. De diversiteit en kwaliteit van expertise maakt het ook mogelijk om écht integrale arrangementen te ontwikkelen, die zowel onderwijsondersteuning als jeugdhulpverlening als (indien nodig) zorg in zich hebben. Échte samensmelting vraagt echter om een gezamenlijke visie op de uitvoering, die leidt tot gezamenlijke werkwijzen, taal en ook gezamenlijke budgetten. Zo ver zijn we nog niet. In de praktijk zien we dat onderwijs en jeugdhulpverlening nog echt twee werelden zijn, met eigen organisaties en geschiedenis, en eigen manier van doen en denken.

Geldstromen bundelen tot één budget
Voor de komende planperiode willen we verder naar elkaar toegroeien en meer integraal samenwerken. Dat zal moeten beginnen bij het ontwikkelen van een gemeenschappelijke visie op de uitvoering, waarin zowel preventie als onderwijszorgarrangementen een belangrijke plek kennen. Het is van belang dat professionals elkaar op de werkvloer blijven ontmoeten en al doende van elkaar leren: visies delen, ervaringen delen, kennis delen, wellicht zelf samen scholing volgen. Voor het ontwikkelen van écht waardevolle integrale onderwijszorgarrangementen is het echter vooral van belang dat we het onderscheid tussen onderwijs- en jeugdhulpbudgetten opheffen.”