René Peeters is benoemd tot bestuurlijk aanjager van de coalitie

Voormalig kwartiermaker René Peeters is vorige week benoemd tot bestuurlijk aanjager van de coalitie Onderwijs, Zorg en Jeugd. Peeters wil als verbinder voortvarend aan de slag met de zeven adviezen van zijn eigen adviesrapport Mét andere ogen. Binnen twee maanden worden een tiental eerste inspiratieregio’s of grote gemeenten geselecteerd. ‘Hij is de aanjager, maar partijen moeten het zelf doen’, zegt Peeters.

 

Verbinding onderwijs-zorg start in de inspiratieregio’s

Welke regio’s of gemeenten gaan starten is nog onbekend. De criteria voor deze inspiratieregio’s worden nog opgesteld. Peeters benadrukt dat de regio’s geen pilotregio’s zijn. De zogenaamde inspiratieregio’s geven zichzelf de opdracht om de belangrijkste twee adviezen blijvend te concretiseren.

Ten eerste, het verbreden van de teams onderwijs-jeugdzorg-zorgpartijen. En ten tweede de regie om belangrijke afspraken te maken. Peeters heeft als kwartiermaker tijdens zijn gesprekken veel enthousiaste regio’s en gemeenten gesproken, die ervoor willen gaan. Hij start met tien regio’s, en vervolgens nog tien en twintig inspiratieregio’s.

De vraagstukken die voortkomen uit de inspiratieregio’s, adresseert hij bij de beleidscoalitie. Peeters merkt wel op dat er meer kan in de praktijk dan mensen denken. ‘En daar waar nodig moeten we een regel oprekken’. De aanjaagfunctie loopt tot en met 2021 en de samenwerking met ‘zorg voor de jeugd’ zal steeds hechter worden.

 

Regie

Het tweede hoofdadvies is de regierol, die door de gemeente wordt uitgevoerd. ‘En regie is iets anders dan hiërarchie. De gemeente is verbinder. Ze komt met alle partijen tot langjarige afspraken en doelstellingen over de domeinen heen. Afspraken en doelstellingen, die worden gemonitord op het niveau waarop de afspraken zijn gemaakt.’

Er zijn grote verschillen tussen de gebieden. Peeters vergelijkt de aanpak met een taal. Je hebt lokale verschillen maar ook algemene taalwetenschap. Een aantal zaken zijn overal hetzelfde, je moet echter wel respect hebben voor de zogenaamde ‘couleur locale’.

Peeters kan zich de formulering van een lokale jeugdgrondwet voorstellen. ‘Soms zal tegen de wettelijke grenzen worden aangelopen. De budgetten moeten poreuze randen hebben. Juist op onderdelen, op een zo laag mogelijk niveau in de uitvoering. Je moet in de samenwerking op de korte termijn de ruimte en het mandaat hebben om snel te kunnen handelen voor een kind en hulp te regelen. Het is een zoektocht hoe dat geregeld moet worden en het natuurlijk goed kunnen verantwoorden’.

 

Evaluatie passend onderwijs

Samenwerkingsverbanden passend onderwijs willen graag meewerken. Peeters wil proberen te komen tot een goed governance model. In 2020 wordt het onderzoeksprogramma naar de impact van de invoering van het passend onderwijs afgerond. Met dit in het vizier, geeft Peeters aan zelf geen voorstander te zijn om het hele stelsel te veranderen. ‘De druk vergroten op de samenwerkingsverbanden passend onderwijs kan functioneel zijn, maar we moeten wel oppassen dat we te weinig tijd geven, doordat een aantal casussen niet goed gaat. We kunnen deze voorbeelden beter gebruiken voor het beter laten werken van het systeem’.

 

Monitoren om te leren

Peeters is tevreden als de coalitiepartners zien dat er meters zijn gemaakt en ouders en kinderen dit ervaren. De effecten van de initiatieven worden gemonitord. Er gebeurt al veel op dit gebied. Het is volgens Peeters belangrijk dat dit ook gebeurt op het niveau van de afspraken. ‘Dan wordt ook gevoeld of het wel of niet lukt. Alleen dan word je een lerende gemeente of regio’.