Extra impuls voor vernieuwing jeugdhulpstelsel

De verdeling van het transformatiefonds over de 42 jeugdzorgregio’s is bekend, evenals de spelregels tot toekenning ervan. Er is voor de komende drie jaar in totaal 108 miljoen euro beschikbaar voor plannen van jeugdzorgregio’s om de vernieuwing van de jeugdhulp een boost te geven.  De hoogte per regio is vastgesteld naar rato van het aantal kinderen tot 23 jaar op 1 januari 2018. Dit betekent dat bijvoorbeeld voor de jeugdzorgregio Rijnmond jaarlijks ruim 2,7 miljoen euro beschikbaar is, en 194.000 euro voor de jeugdzorgregio Midden-Limburg West.

Regionale deals voor transformatiefonds

Om voor het transformatiegeld in aanmerking te komen, moeten jeugdzorgregio’s regionale deals jeugd afsluiten. De regio’s moeten dit jaar een meerjarig transformatieplan opstellen, dat minimaal tot en met 2020 loopt. Jeugdzorgregio’s kunnen ook, als de (boven)regionale context daarom vraagt, de handen ineen slaan en samen een plan indienen. Als er geld overblijft, in het geval niet alle regio’s een plan indienen, wordt het geld verdeeld over de jeugdzorgregio’s met goedgekeurde plannen.

Basis op orde

‘Bij de beoordeling van het transformatieplan zal onder meer aandacht worden besteed aan de mate waarin een jeugdzorgregio de ‘basis op orde’ heeft’, aldus de spelregels die door rijk en VNG zijn opgesteld. Dat betekent onder meer dat binnen de jeugdzorgregio meerjarige inkoopcontracten worden afgesloten. Ook moet er binnen de jeugdzorgregio een visie zijn op de doorontwikkeling van de lokale teams.

Zorg voor de Jeugd

In het transformatieplan moet daarnaast op zijn minst een van de actielijnen uit het Actieprogramma Zorg voor de Jeugd zijn uitwerkt. Onderdelen daarvan zijn de verbetering van de toegang tot de jeugdhulp voor kinderen en gezinnen. Ook moeten situaties die onveilig zijn voor kinderen eerder en effectief te lijf worden gegaan. De acties die in het transformatieplan worden opgenomen, moeten zorggericht zijn en ‘daarmee direct en merkbaar beter voor kinderen, jongeren, opvoeders en leerkrachten’, aldus een van de toetsingscriteria.

Meer informatie